Nieuws

Een overzicht van nieuwsbericht van onze redactie en aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van de Redactie | 04-09-2002 | Article Rating | (0) reacties

Reportage over Kennisnet in de praktijk

Deze week luidde Kennisnet-directeur Toine Maes de noodklok over het dreigende financiele tekort bij het onderwijsnetwerk. Hoe zit dat kennisnet eigenlijk in elkaar, hoe wordt het gefinancierd en werkt het in de praktijk? Een achtergrondreportage van Leo Klaver.

In ruim twee jaar is het nl.tree gelukt om bij bijna 11.000 onderwijsinstellingen in het basis-, voortgezet en beroepsonderwijs in ons land, een breedband kabel- of satellietaansluiting van minimaal 265 kb/s te geven. Dat is verreweg het merendeel van alle scholen. De ruim 200.000 docenten op deze instellingen kunnen dus nu internet gaan inzetten om kennis bij hun 2.5 miljoen leerlingen te gaan brengen. De bedoeling is dat de portalsite Kennisnet hierin een belangrijke rol gaat spelen. De (onderwijs)content die deze site nu doorgeeft is echter nog uiterst matig. De site wordt dan ook niet echt druk bezocht. Het onderwijs is online, de verbindingen zijn er, maar leveren de 180 miljoen euro die tot nu toe in het project zijn gestoken ook rendement op?
De school wil ook wat met internet. Dat is de algemene opvatting die onder leerlingen van de Jenaplan school (basisonderwijs) in Alphen aan den Rijn heerst. De school heeft zijn netwerk weliswaar gekoppeld aan internet, maar thuis kunnen de kinderen met hun eigen computers veel meer. Thuis kunnen ze (hun favoriete bezigheid) chatten, op school niet. Thuis is hun computer supersnel. Op school is de computer zo traag als dikke teer, vooral ze met zijn allen op het netwerk zitten. En dat is met name vaak het geval tussen half elf en half twee als ze zelfstandig aan werkstukken werken. "De kinderen vinden dat we als school met internet er maar een beetje achteraan hobbelen", zegt Ronald Hendrix, ICT-coordinator op deze basisschool. Ook over Kennisnet is hij niet nog niet echt enthousiast. "De vormgeving vind ik statisch, er is op de site nauwelijks sprake van interactie en van docenten hoor ik dat ze hun vakgroepen niet op Kennisnet vinden. Bovendien is de zoekmachine van Kennisnet veel slechter dan Google." Toch zou Hendrix het niet willen missen. "Het kost de school niets, de aansluiting wordt door de overheid betaald en een gegeven paard moet je niet teveel in zijn bek kijken", is de veelzeggende mening van Ronald.

Over de zoekmachine van Kennisnet gesproken. Op www.paboweb.nl stond dit prachtige voorbeeld van hoe de zoekmachine te werk gaat. De site schrijft: wie op de Kennisnetpagina die voor kinderen is gemaakt 'konijnen' als zoekopdracht invult, bijvoorbeeld voor het maken van een werkstuk, krijgt als eerste een verwijzing naar de site van dichter Kees Stip. 'Bij Noordwijk zwom een nat konijn, te midden van eens school tonijn.' Meer informatie geeft deze site niet. Vervolgens verwijst Kennisnet door naar een betere dwergkonijnensite en een pagina met links naar dierensites, maar daarna komt de site van de Carry Sleefanclub en Bobo, de stripheld voor kleuters waar echter niets wetenwaardigs over konijnen is te vinden. D* konijnen homepage wordt pas als zesde keus aangeraden. Zoekmachine Google zet deze site direct bovenaan.' Zo is het geen wonder dat kinderen en docenten op Jenaplan school het allemaal maar zo zo vinden. Kees Stip had het geschreven kunnen hebben: 'In Alphen aan den Rijn rook een docent aan Kennisnet, hij vond het maar pet.' De zoekmachine levert ook bij andere woorden de meest vreemde associates op. Zo kom je na het intypen van het item terrorisme als eerste bij de CMO Internetkrant. Daar is veel te vinden, maar niets over terrorisme. Op nummer zes geeft de zoekmachine: beschrijving van de werkelijkheid, het ontstaan van het heelal tot en met het slotakkoord de mens.

Maar is de Jenaschool representatief voor geheel Nederland? Dus door naar de Kameleon basisschool eveneens in Alphen aan den Rijn. Statistici zeggen immers dat als je iets wilt onderzoeken in ons land, je dan heel goed in Alphen aan den Rijn kunt blijven.Volgens hen is Alphen het meest gemiddelde dorp dat je in ons land kunt vinden. John de Ridder ICT-cosrdinator van de Kameleon blijkt aan het andere eind van het spectrum te staan. Hij lijkt redelijk tevreden, hoewelÄ. "Ik vind het wel heel vervelend dat de openingspagina van Kennisnet zich zo vaak wijzigt. Ik moet steeds weer opnieuw de kinderen uitleggen hoe het werkt, waar de zoekmachine te vinden is. Maar voor de rest ben ik tevreden over de content die mijn leerlingen van groep 8 via Kennisnet kunnen vergaren. De bibliotheek wordt echt heel veel minder bezocht. Het zal me zelfs niet verbazen als die op termijn dicht gaat. De voorleesboeken blijven natuurlijk wel, maar de puur informatieve boeken zullen dan verdwijnen." Dan moeten wel alle andere docenten van deze school net zo enthousiast met internet gaan werken als De Ridder. En dat is niet zo. De inzet van internet en Kennisnet is op deze school sterk afhankelijk van welke docent voor de klas staat: internet en Kennisnet is geen verplichting.

13 procent
Zal zoals altijd de waarheid ook hier in het midden liggen? Tijd om Alphen aan den Rijn even te verlaten om te rade te gaan bij Kennisnet zelf en wel bij Toine Maes, directeur van de Stichting Kennisnet in Zoetermeer. Volgens de hem beschikbare cijfers bezoeken dagelijks ruim 500.000 personen de onderwijsportal Kennisnet. Dat is 13 procent van alle 2,5 miljoen leerlingen, 200.000 docenten en pakweg 300.000 ouders die dagelijks Kennisnet zouden kunnen bezoeken. Nog niet echt heel veel dus. Deze bezoekers blijven gemiddeld 4.5 minuten op de site hangen, bekijken dan 9 pagina's en gaan dan weer verder het net op. Ook geen cijfers waar je stijl van achterover slaat, zeker niet als je weet dat Kennisnet in totaal 60.000 pagina's heeft gevuld. Nu is Toine Maes de eerste die toegeeft dat er nog heel wat moet gebeuren. "Even een nuancering. Stichting Kennisnet is opgezet om onderwijstoepassingen voor de onderwijsportal kennisnet te initieren. We moeten proberen zoveel mogelijk content via deze portal voor het onderwijs beschikbaar krijgen. Het is dus niet de bedoeling dat we voor Kennisnet zelf heel veel onderwijscontent gaan ontwikkelen. Dat moeten andere marktpartijen doen. Onze taak is het om docenten en leerlingen op het spoor te zetten van goede en bruikbare onderwijscontent door anderen ontwikkeld. Ik ben het met iedereen eens die zegt dat het proces van content-ontwikkeling voor het onderwijs nog lang niet is voltooid, integendeel. Uitgevers van onderwijsmateriaal gaan wel steeds meer investeren in internetcontent. Tot nu toe is de markt terughoudend geweest in het ontwikkelen van dergelijke content, maar ik zie nu toch een duidelijke kentering".

Volgens Maes gaat in september dit jaar start op Kennisnet de site Entree waar uitgevers als Malmberg, Wolters Noordhoff, ThiemeMeulenhoff en NijghVersluys lesmateriaal voor verschillende vakgroepen beschikbaar gaan stellen. Scholen kunnen een abonnement op dit onderwijsmateriaal nemen. Entree wordt dus geen site waar iedereen vrijelijk toegang toe heeft. Op de vraag of scholen deze content ook echt gaan gebruiken, zegt Maes: "De overheid heeft een belangrijke taak de vraag naar deze content te stimuleren. Dit kan de overheid bijvoorbeeld doen door de abonnementsgelden voor zijn rekening te nemen. Voor de rest is het natuurlijk even afwachten wat Entree op gaat leveren. "


Veel storingen
Het succes van Kennisnet ligt dus nog in de toekomst. Terug naar Alphen aan den Rijn. Naar de Montesorri-school. Of de toekomst in deze school zal doordringen is eind juni nog even de vraag. In de aula van deze school is door nl.tree in februari van dit jaar prachtig alle apparatuur opgehangen voor een koppeling van het netwerk van de school met internet, alleen het werkt, ook na vier maanden, nog steeds niet. Dat is niet allemaal de schuld van nl.tree, maar deels wel, zo erkent nl.tree-woordvoerdster Heleen Crielaard in een e-mail. "Tussen het insturen van de gebruikersovereenkomst en de welkomsbrief/IP gegevens zit dus twee weken vertraging die aan het systeem van nl.tree ligt. Het convergeren van de systemen liep niet zoals dat moet." De situatie bij deze school strookt met de uitkomsten van een enquete dat Nipo onlangs uitvoerde onder 566 scholen in het basis- en voortgezet onderwijs naar het niveau van dienstverlening van nl.tree. Het rapport laat zien dat, hoewel het een prestatie genoemd mag worden dat nl.tree zoveel aansluitingen in beperkte tijd heeft gerealiseerd, er bij scholen in ruime mate in de afgelopen periode sprake is geweest van storingen in het netwerk. Dat is op zich nog niet zo'n ramp, als de klachten maar goed zouden zijn verholpen. Dat is echter niet het geval geweest. Voor de afhandeling van klachten geeft het voorgezet onderwijs nl.tree een uiterst magere 4.9. Bijna een kwart van de scholen kwalificeerde de voorbereiding op de aansluiting als onvoldoende; daarvoor was de communicatie tussen scholen en nl.tree te gebrekkig. Veel scholen wisten niet wanneer de aansluiting er zou komen en welke verbindingen er zouden worden aangelegd.

Wat betreft de klachten moet hier wel bij worden vermeld dat veel van wat er in dit rapport als ondeugdelijk wordt aangemerkt, voorkomen had kunnen worden als de scholen zouden kunnen beschikken over professionele ICT-coordinators die weten hoe je een netwerk met vele pc's en randapparatuur moet beheren en onderhouden. Daarvan is in het onderwijs geen sprake, veel coordinatoren zijn goedwillende docenten die ICT er maar een beetje bij doen. De meeste ICT-coordinatoren op de scholen, het is hen verder niet aan te rekenen, ontbreekt het aan kennis om storingen te kunnen analyseren om deze vervolgens te kunnen oplossen. ICT-verantwoordelijken lieten de onderzoekers van Nipo dan ook weten heel graag te willen bijgeschoold op het gebied van beheer, beveiliging en besturingssystemen. Veel van wat er in het rapport staat wil nl.tree daarom niet op zijn bordje gelegd zien. "Dat ICT-coordinatoren onder grote druk staan, dat begrijp ik", zegt Heleen Crielaard. "Men moet echter ook begrijpen dat wij slechts het beleid van de minister uitvoeren. Het is een strategische beleidsbeslissing geweest om op zeer korte termijn dit netwerk te bouwen. We proberen het scholen zo makkelijk mogelijk te maken door trainingen te geven aan coordinatoren. Internet kost inderdaad veel tijd als je niet weet hoe het werkt."

Voor het bijscholen van ICT-coordinatoren is echter beperkt budget aanwezig. Scholen krijgen van het ministerie 82 euro per leerling per jaar voor ict-ontwikkelingen. Daar moet alles van betaald worden. Wie aangesloten is op Kennisnet krijgt daar nog eens 10 euro per leerling bij. Volgens de site www.paboweb.nl is die 10 euro zelfs voor de meeste vo-scholen de reden geweest om een aansluiting op Kennisnet aan te vragen. Een school met 500 leerlingen krijgt er zo 5000 euro per jaar bij en dat geld willen ze niet graag aan hun neus voorbij laten gaan. Al zou het alleen maar zijn om de wc's weer eens een keertje meer te laten schoonmaken.

Te duur
De overheid betaalt direct aan nl.tree de kosten die zijn gemoeid met de aanleg en gebruik van een aansluiting. Op basis van een ingewikkelde berekening hebben scholen een bepaalde hoeveelheid bandbreedte toegewezen gekregen. Alle scholen hebben inmiddels een minimale bandbreedte van 256 kilobits per seconde. Wie meer wil dan de berekening toelaat, moet het meerdere zelf betalen. De Jenaplanschool in dit verhaal laat zien dat deze hoeveelheid niet voldoende is als veel leerlingen tegelijkertijd met het systeem willen werken. Voor de bandbreedte moet fors worden betaald door de Nederlandse belastingbetaler. Nl.tree berekende tot voor kort voor een inkomende bandbreedte van 1 Mb/s en 256 kb/s uitgaand tot januari een bedrag van 11.344.51 euro per jaar (25.000 gulden). Omdat dat een beetje veel was, zijn de tarieven op 1 januari van dit jaar met 15 procent omlaag gegaan. Wat overblijft is nog steeds een fors bedrag, zeker als men bedenkt dat de bekabelaars in dit project gebruik kunnen maken van de al bestaande kabelinfrastructuur. Het meeste verkeer op de kabel is 's avonds en het meeste verkeer op scholen is overdag. De aandeelhouders van nl.tree (Priority, Casema, Essent, Kabelservice Drenthe-Overijssel bv, Multikabel en Kabelfoon) verdienen dan ook goed aan deze klus. Dat verklaart dat nl.tree graag met dit project wil doorgaan; ze hebben de inkomsten hard nodig. Op de keeper beschouwt subsidieert de Nederlandse belastingbetaler dus bovengenoemde bedrijven.

Of nl.tree de klus behoudt, is nu nog even de vraag. Scholen hebben met nl.tree een driejarig contractperiode. Daarna zijn de scholen in principe vrij om over te stappen op een andere provider. Dat zal een school niet zo snel doen als het serviceniveau van nl.tree op peil wordt gebracht en als de overheid blijft betalen. Wat beteft de service: nl.tree heeft bij monde van bedrijfsdirecteur Evert Romeyn beloofd dat het de komende tijd hard zal werken aan het verbeteren van de service. Wat betreft het geld: dat is nog niet geregeld.Volgens directeur Toine Maes van Kennisnet is het echter ondenkbaar dat scholen na afloop van het contract zelf het geld voor de verbinding moeten gaan ophoesten. Maar geregeld is er nog niets. Mocht de overheid er geen geld meer in willen steken, dan zullen de scholen ongetwijfeld van internet gebruik willen blijven maken, maar zullen ze wel op zoek gaan naar goedkopere providers.

Kennisnet onbekend
Tijd om Zoetermeer te verlaten. Eenmaal terug in Alphen aan den Rijn zegt ICT-cosrdinator Henk Botter en docent op het Wellantcollege (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs): "Wij hebben Kennisnet niet als startpagina ingesteld. Nu u mij dit zo vraagt, ik heb er nooit bij stilgestaan om dit te doen. Waarom zouden we? Onze leerlingen beginnen bij zoekmachine Google als ze iets moeten vinden. Kennisnet speelt bij ons echt een ondergeschikte rol. Je kunt informatie ook op andere manieren vinden." Dit college is een van de aangesloten scholen die geen gebruik kan maken van een kabelverbinding, simpelweg omdat in dit gedeelte van Alphen nog geen kabel te vinden is. Het bestuur had, net als honderden andere scholen dat inmiddels hebben gedaan, kunnen kiezen voor een satelliet-verbinding, maar heeft uiteindelijk een ISDN-verbinding laten realiseren omdat dit beter paste in bestaande onderwijsplannen. Deze verbinding is echter duidelijk te traag: "Als docent geef ik mijn leerlingen om vertrouwd te geraken met het medium bijvoorbeeld de opdracht om via de reiswijzer van de NS een route in elkaar te steken. Mijn ervaring is dat na verloop van een kwartier, deze verbinding steeds trager wordt", zegt Henk die op zijn school ziet dat ook docenten nog niet geheel weten hoe internet zo in te zetten dat kinderen zelfstandig kunnen werken. "Docenten moeten ook de mogelijkheden gaan zien. Scholing voor hen is onontbeerlijk."

En zo komen we in dit verhaal bij wat het echte probleem van Kennisnet en Internet is. Het probleem zit niet in de techniek: het aansluiten is allemaal wat snel gegaan en de service kan nog wat beter, er zijn aanloopproblemen, maar dat gaat allemaal best wel goed werken. Content is wel een probleem. Kennisnet voegt tot nu toe nog (te) weinig toe. Het is zoals Henk Botter het zei: Kennisnet is Internet. Een nog groter probleem vormen de docenten. Veel docenten weten Kennisnet/Internet nog niet te vinden. In dit hele project is klassieke fout gemaakt om eerst voor 180 miljoen euro een onderwijsinfrastructuur neer te leggen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat het onderwijs er nog niet zoveel mee kan. Dat wordt behalve door het ontbreken van content grotendeels veroorzaakt doordat docenten niet weten wat met dit medium te doen. Cijfers uit Zoetermeer laten zien dat slechts iets meer dan 30 procent van de docenten enig idee heeft wat met internet te doen. De rest weet dat niet. Kennisnet gaat dan ook binnenkort een campagne starten zodat in 2005 tussen de 70 en 80 procent van de docenten internet/kennisnet goed kan inzetten. De echte winnaar in dit alles lijkt ondertussen Google te zijn. Voor de rest heeft het onderwijs er voor 180 miljoen euro er vooralsnog een duur speeltje bij gekregen. Misschien dat mensen achter Kennisnet nog eens te raden moeten gaan bij de site over de beschrijving van de werkelijkheid en de slotakkoorden van de mens. Kennisnet laat zien dat die akkoorden heel vals kunnen klinken.


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in:

Meest gelezen nieuws

Achtergronden aanbieders

Column

0 reacties
Van Wilfred Rubens (redactie) 09-06-2019

Gepersonaliseerd leren heilige graal?

Veel ronkende verhalen over gepersonaliseerd leren op. Lastige is een gebrek aan eenduidige definities. Wilfred Rubens beschrijft gepersonaliseerd leren als het gebruik maken van de karakteristieken van lerenden om hen specifieke, relevante en adaptieve leerervaringen te bieden.