Columns

Een overzicht van columns geschreven door de redactie en medewerkers van aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van de Redactie | 21-10-2007 | Article Rating | (13) reacties

Weg met de ELO, leve de elektronische leeromgeving

‘Wenn der Berg nicht zum Propheten kommen will, so muss der Prophet wohl zum Berge gehen’, is de neutrale Duitse versie van het Nederlandse spreekwoord waarin de profeet met naam figureert. Ik moest aan de berg en de profeet denken, toen ik afgelopen voorjaar op het VAL Congres 2007 de presentatie bijwoonde van Indira Reynaert. Haar verhaal zou je kunnen samenvatten met: als de lerende niet naar het leren komt, moet het leren maar naar de lerende gaan. Die samenvatting dekt de lading niet helemaal, maar het was wel wat mij in haar verhaal het meest aansprak.

Waar gaat dit over? Indira Reynaert is docent nieuwe media aan de Universiteit Utrecht en heeft een eigen bedrijf (Existenz). Voor een studieopdracht wilde zij haar ouderejaarsstudenten in contact brengen met haar zakelijke netwerk. Van alle kanten een kwestie van win-win: ervaring van het bedrijfsleven komt de universiteit binnen; kennis van de universiteit gaat naar het bedrijfsleven; Indira’s netwerk leert potentiële werknemers kennen; studenten komen in contact met mogelijke werkgevers. Kortom, Indira Reynaert wilde een community creëren waarin universiteit en bedrijfsleven konden samenwerking. Maar tussen droom en daad stonden in dit geval een afdeling automatisering en licenties van softwareleveranciers. Want als je externen wilt toelaten tot het netwerk van de universiteit dan worden – alle goede bedoelingen ten spijt – softwarelicenties die niet voorzien in toegang door derden en beveiligingeisen ineens belangrijker dan de toegevoegde waarde voor het leren.

Indira liet zich niet tegenhouden en loste het zelf op. Zij creëerde een besloten groep op het publiek toegankelijke vriendennetwerk Hyves, waarvoor ze zowel haar studenten als relevante zakelijke relaties uitnodigde. Behalve het feit dat daarmee alle gedoe rond licenties en beveiliging werd omzeild, leverde dit een verrassend ander voordeel op: het leren drong binnen in het dagelijks leven van de studenten. Een bericht achtergelaten op de elektronische leeromgeving (ELO) van de universiteit wil nog wel eens dagen nutteloos op bezoek van de studenten wachten. Maar een bericht achtergelaten op Hyves leverde vrijwel altijd dezelfde dag een reactie op, ook als het bericht in het weekend werd geplaatst. Niet zo vreemd, want Hyves maakt – samen met toepassingen als MSN en sms – deel uit van de levensader van de studenten. Ze vormen de ruggengraat van hun sociale netwerk. Een dag niet connected is een dag niet geleefd, zou je kunnen zeggen.

Met de Hyves-groep creëerde Indira Reynaert haar eigen elektronische leeromgeving, een parallelle elektronische leeromgeving naast de officiële van de universiteit. Hoewel creëren misschien niet het juiste woord is. Die parallelle leeromgeving bestond al, Indira maakt er gebruik van. Dat die parallelle leeromgeving bestaat, heb ik aan den lijve ervaren toen ik in 2004/2005 op mijn oude dag afstudeerde aan de Universiteit Utrecht. De officiële elektronische leeromgeving was goed voor de roosters, de formulieren, de afstudeerrichtlijnen en wat er meer aan officiële stukken beschikbaar is. Maar het leren van mij en mijn mede-afstudeerders werd ondersteund door onze eigen elektronische leeromgeving. MSN-vensters zorgden voor een permanent contact en overleg , sms hield ons bij de les, als we te lang niet op MSN-oproepen reageerden en Google leidde ons naar interessante documenten en mensen. Niets ten nadele van mijn eigen docenten, maar ik ben de hoogleraren in België, Australië en de Verenigde Staten nog steeds dankbaar voor hun adviezen en voor hun suggesties voor literatuur. Voor een aantal maanden maakten zij deel uit van de elektronische leeromgeving die ik samen met mijn medestudenten had gecreëerd.

Weg met de officiële ELO’s? Ach, als (administratief) systeem voor informatie en administratie hebben ze onmiskenbaar een functie. En als portfoliosysteem om de resultaten van het leren vast te leggen. Maar of dat een leeromgeving is? Misschien kunnen we beginnen het geen leeromgeving meer te noemen. Leren gebeurt daar waar individuen en groepen zich in onderwerpen verdiepen, er over nadenken, er over van gedachten wisselen en er mee gaan werken. Ik vraag me oprecht af in hoeveel officiële elektronische leeromgevingen dit gebeurt. In plaats van ELO’s zijn lerenden veel meer gebaat bij inspirerende docenten, die hen– virtueel of in het echt – meenemen buiten de muren van de onderwijsinstelling, die aansluiten bij de virtuele wereld waarmee zij vertrouwd zijn, die gebruik maken van hulpmiddelen voor samenwerken, samen nadenken en samen contact onderhouden. Die docenten creëren – samen met hun studenten – hun eigen fysieke en virtuele leeromgevingen. Daarvoor hebben zij geen centraal systeem nodig, zoals Indira Reynaert heeft laten zien (*). Kortom, weg met de ELO, leve de elektronische leeromgeving.

Harm Weistra

(*) Op 23 januari 2008 spreekt Indira Reynaert op het 9e Nationale E-learning Congres over de laatste bevindingen met Hyves als elektronische leeromgeving.


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Pieter de Vries
Van Pieter de Vries | 23-10-2007
Leuke column en leuke titel, maar je wordt wel op het verkeerde been gezet. Niemand is blijkbaar in staat om uit te leggen wat een ELO is, dus noemen we alles maar ELO. Geen goed idee. De ELO bestaat niet, omdat iedereen er iets anders bij denkt en het dus nooit een valide begrip kan worden. Daarom schrappen die handel en het nooit meer over ELO hebben.
Indira Reynaert
Van Indira Reynaert | 25-10-2007
Ik wil er graag aan toevoegen dat ik Hyves voornamelijk heb gebruikt als communicatieplatform en niet zozeer als leeromgeving. Verder wil ik niet de indruk wekken dat Hyves een officiele ELO kan vervangen, want dat is absoluut niet het geval.
Harm Weistra
Van Harm Weistra | 25-10-2007
Hallo Indira, De vraag is interessant wat je verstaat on communiceren en wat onder leren. Zeker nadat ik je presentatie op het VAL-congres heb bijgewoond. Is de kern van het leren nou juist niet de communicatie tussen lerenden onderling en tussen lerenden en hun begeleiders (docenten en eventueel deskundigen uit het werkveld)? En als je een platform als Hyves daarvoor gebruikt, is het dan niet een leeromgeving (overigens iets wat je zelf in je presentatie ook nadrukkelijk aangaf). Hyves wordt in mijn ogen daarmee een van de omgevingen die het leren faciliteren en dus een van de leeromgevingen van de studenten. Inderdaad, Hyves kan de ELO nooit vervangen, vooral waar het gaat om de administratieve zaken binnen een onderwijsinstelling. Kern van mijn stelling is dat we af moeten van het idee van de ELO als dé leeromgeving. Studenten en docenten zijn in staat om zelf omgevingen te creeren waarin geleerd wordt, omgevingen die passen bij wat een docent en/of wat studenten willen bereiken. Als dat de officiele ELO is, prima. Maar met mijn - ietwat chargerende kop boven het artikel - wil ik aangeven dat we moeten stoppen de elektronische omgevingen die in de onderwijsinstellingen worden aangeboden om dat elektronische leeromgevingen te noemen. Vooral omdat ze door hele hordes docenten (en studenten) niet voor het leren worden gebruikt. Terwijl een deel van die docenten (waar jij er een van bent) en de meeste studenten wel in staat zijn om alternatieve ICT-hulpmiddelen in te zetten bij het leren. In die zin ben ik het met Pieter de Vries eens: noem het geen ELO's, omdat iedereen er iets anders onder verstaat - zoals Pieter terecht opmerkt - omdat ze heel vaak niet voor leeractiviteiten, maar voor administratieve zaken worden gebruikt en omdat het onrecht doet aan elektronische leeromgevingen die door docenten en studenten worden ingericht (zoals Hyves in jouw geval).
Indira
Van Indira | 26-10-2007
Volgens mij hebben we genoeg stof om over te discussieren in januari ;-) Als de kern van 'leren' inderdaad de communicatie is tussen lerenden en begeleider, dan is mijn hyve zeker een leeromgeving. Heb het - dacht ik - zelf nooit zo benoemd. Ik gebruik wel meer web 2.0 applicaties voor onderwijsdoeleinden. Misschien de combinatie van verschillende applicaties, maakt het tot een soort van leeromgeving. Ach, we hebben het er nog over ;-) Bedankt voor het artikel!
Pieter de Vries
Van Pieter de Vries | 26-10-2007
spijker op de kop indira. ik begrijp meteen wat je bedoelt als je zegt, ik heb hyve gebruikt. dat praat veel makkelijker, dan wanneer iemand zegt: 'ik heb onze elo gebruikt'. dus, laten we het maar gewoon over leren hebben en de applicaties die je erbij hebt gebruikt.
Ruben IJzerman
Van Ruben IJzerman | 28-10-2007
Laten we het niet hebben over de definitie van een ELO, maar vooral over de feitelijk zeer beperkte bijdrage die de tonnen (inclusief personele lasten zelfs miljoenen) verslindende systemen van ROC's, hogescholen en universiteiten aan (het stimuleren van) leerprocessen leveren. Speeltjes van de onderwijsbureaucratie, dus! Daarnaast wil ik even kwijt dat leren toch echt iets heel anders is dan communiceren. Het verwerven van kennis, inzicht, vaardigheden is een persoonlijke aangelegenheid. Daaraan kan communiceren een bijdrage leveren, maar meer ook niet.
Harm Weistra
Van Harm Weistra | 29-10-2007
Dankzij Google Alert kwam ik de afgelopen week op de weblog van Dave Boggs: The Boggs e-Learning Chronicle (http://boggse-learningchronicle.typepad.com/weblog/2007/10/looking-at-e-le.html). Hij verwijst naar de JISC-publicatie 'InTheir Own Words, Exploring the learnings perspective on e-learning'. Interessant rapport, vooral ook in het licht van de discussie rond ELO en elektronische leeromgeving. De - voor mij - belangrijkste conclusies vind je in een nieuwsbericht op deze site (Wat verwacht de lerende van e-learning ?). In dat bericht staat ook de link naar het te downloaden rapport.
Anita van Essen
Van Anita van Essen | 16-11-2007
Dit artikel spreek me heel erg aan, aangezien ik zelf anderhalf jaar geleden afstudeerde op het onderwerp 'communiceren met een ELO door docenten in leersituaties', hierin kwam ik veel tegen dat de ELO inderdaad goed gebruikt kan worden als opslagmedium en toetsomgeving/resultaten opslaan en opdrachten inleveren, maar dat het als extra communicatie kanaal niet tot z'n recht komt naast bijvoorbeeld onze bestaande en compleet geintegreerde kanalen zoals MSN en hyves die de lerenden hiervoor eerder zullen gebruiken. Ik denk dat een ELO niet moet willen concurreren met de bestaande bewezen succesvolle communicatiekanalen, en dan vooral lettend op bijv. docenten die beginnen met het gebruiken van een ELO en de arbeidsintensiviteit daarvan. Mijn onderzoek en de resultaten zijn nog steeds terug te vinden op http://www.ictopschool.net/software/nieuws/Nieuwsbericht.2006-11-03.3739.
Göran kattenberg
Van Göran kattenberg | 17-11-2007
Wat mij betreft is er geen enkel verschil tussen een ELO en een electronische leeromgeving. Wel is er een voortschrijdend inzicht over wat een ELO of electronische leeromgeving inhoudt. Bijvoorbeeld meer over samenwerken dan leren. Maar enkele jaren geleden waren er ook al electronische leeromgevingen die zich vooral hier op richtten. De conclusie is dat er producten en diensten zijn die zich op verschillende aspecten van kennisoverdracht richten en dat is alleen maar goed.
Harm Weistra
Van Harm Weistra | 20-11-2007
Göran schrijft: "Wat mij betreft is er geen enkel verschil tussen een ELO en een electronische leeromgeving." Helemaal mee eens. Sterker nog, ELO is de afkorting voor elektronische leeromgeving. Maar in het onderwijs lijkt ELO niet te staan voor elektronische leeromgeving, maar voor Blackboard of Netschool of WebCT. Met andere woorden, ELO is synoniem geworden voor de toevallige functionaliteit die toevallige leveranciers aanbieden. Vervolgens wordt vergeten dat er zoveel andere, waardevolle software op de wereld is die leersituaties kan ondersteunen, maar die niet als leersoftware wordt herkend. En nog erger, er wordt over het hoofd gezien dat veel leerlingen/studenten software en tools gebruiken die prima passen binnen leersituaties, die prima passen in een elektronische leeromgeving, maar die niet worden gebruikt omdat die niet behoren tot de toevallig aanwezige ELO binnen de onderwijsinstelling. Daarom is het verhaal van Indira zo interessant: beperk je niet tot de enge definitie van ELO, maar kijk om je heen naar wat leerlingen/studenten gebruiken en integreer die tools in de (elektronische) leeromgeving.
Harm Weistra
Van Harm Weistra | 20-11-2007
Alhoewel ik het onderzoeksverslag van Anita niet van kaft tot kaft heb gelezen, toch al vast een reactie. Allereerst: interessant, de moeite waard om te lezen en goed dat dit soort onderwerpen bij de kop worden gepakt. Dan over ELO en elektronische leeromgeving. Anita onderzoekt de ELO in enge zin (zie ook mijn reactie op Göran Kattenberg). Daar is niets mis mee. Zij onderzoekt hoe software als Blackboard, Netschool, WebCT, Teletop etc. in een onderwijsomgeving worden gebruikt. Dat is zinvol om te weten. Mijn column echter wil uitnodigen om elektronische leeromgeving breder op te vatten. Dan kun je niet meer spreken van 'de ELO', zoals Anita in haar onderzoek doet. We zeggen namelijk ook niet 'de fysieke leeromgeving'. Er zijn zoveel fysieke omgevingen als er interacties zijn tussen docenten en leerlingen, tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en (andere) experts (om de indeling van Anita te gebruiken). Hetzelfde zou in mijn ogen moeten gelden voor elektronische leeromgevingen. Niet meer spreken over 'de ELO' - terwijl we eigenlijk Blackboard, Teletop, Netschool etc. bedoelen - maar spreken over elektronische leeromgevingen, waarmee we de software en tools bedoelen die docenten, leerlingen en experts gebruiken om met en van elkaar te leren. Als je die benadering kiest, dan heb je het ook over ELO als er gebruik wordt gemaakt van Hyves - zoals bij Indira - van MSN - zoals bij veel leerlingen/studenten - of van welke andere gratis of niet-gratis tool die wordt ingezet om het leren te ondersteunen. Dus: weg met de ELO (als te eng begrip), leve het gebruik van al die tools die het elektronisch met en van elkaar leren ondersteunen.
Michele Gerbrands
Van Michele Gerbrands | 30-11-2007
Ondanks de technische mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben blijkt wel weer dat er nog steeds een kloof zit tussen de behoeften van lerenden en wat daar technisch bij aanlsuit. Als we alle ELO' s over een kamp scheren is de afgelopen jaren wel duidelijk geworden dat wat als een ELO is geintroduceerd in de praktijk tot administratief systeem is omgedoopt. Ook sta ik nog versteld dat de producten van ELO's niet weten in te springen op behoeften van hun klanten en leermodellen (visies) die nu gehanteerd worden (constructivisctisch onderwijs, competentiegericht, samenwerkend leren, e-communities) Is dit nu een kwestie van sterke lobby's? Ik waardeer Indira's manier van werken. Zij heeft op een creatieve manier, op basis van behoeften van zowel studenten als externe bedrijven, met gebruik van huidige technieken en media haar doel bereikt. Zelf werk ik bij de opleiding Communication and Multimedia Design in Leeuwarden. Als wij binnen onze minor Educatie en Multimedia een behoefte signaleren ontwerpen ontwkkelen studenten dit tot een eindproduct. Dus als laatste tip Indira, zoek contact met een opleiding zoals CMD die open staan voor deze ontwikkelingen maar er ook op kunnen inspringen! Laten we met z'n allen verder werken aan het ontwikkelen van multimediale leermiddelen die aansluiten bij de behoeften van onze klanten.
Nathan
Van Nathan | 04-05-2012
Vanaf september 2011 ga ik bij Visio Eindhoven Workshops msagase en cursus msagase geven voor blinde en slechtziende mensen.Wie weet ..dit geeft weer nieuwe mogelijkheden voor de cursisten.
Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

Meest gelezen columns

15-04

Gepersonaliseerd leren heilige graa...

Door: Wilfred Rubens (redactie)
25-10

Kanttekeningen bij het monitoren va...

Door: Wilfred Rubens (redactie)