Columns

Een overzicht van columns geschreven door de redactie en medewerkers van aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van de Redactie | 30-10-2003 | Article Rating | (0) reacties

Verslaafd aan internet

"Verslaafd aan internet" is de kop op de voorpagina van NRC Handelsblad van zaterdag 19 oktober. "Zo'n 66.000 Nederlanders maken compulsief gebruik van het web", schrijft de krant naar aanleiding van een rapport van het Rotterdams Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO). Compulsief is onderzoekertaal voor dwangmatig. Dat klinkt beangstigend. Dus ben ik benieuwd wat dat compulsieve gebruik van internet inhoudt. Schrik niet: "De meeste ondervraagden gebruiken het web om te chatten, kletsen met andere gebruikers. Daarnaast zijn mensen verslaafd aan computerspelletjes op internet en noemen sommigen het bekijken van porno."

Maar wat is er zo verslavend aan het feit dat 'de meeste ondervraagden het web gebruiken om te chatten'? Volgens mijn Van Dale staat verslaving voor 'het verschijnsel dat iemand het gebruik niet meer kan laten van iets dat (op den duur) schadelijk voor hem is'. Dat de ondervraagden moeite hebben om het chatten te laten, kan ik me iets bij voorstellen, maar wat is er schadelijk aan het internetgebruik dat de onderzoekers hebben onderzocht? Het chatten, de spelletjes, de seks, of het gebruik van internet zelf?

Ik kan me niet voorstellen dat iemand van mening is dat de blijkbaar natuurlijke en diepgewortelde behoefte om contact te zoeken en te praten met andere mensen schadelijk is. Kan me namelijk niet herinneren dat er ooit onderzoek is geweest naar verslaving aan koffievisites of telefoons, toch ook hulpmiddelen om er op los te chatten. Dus moet het schadelijke effect zitten in het feit dat de contacten worden gelegd via internet. En dat blijkt ook wel. Want de onderzoekers hebben de verslaving 'gemeten', door vragen te stellen als 'hoe vaak vindt u het moeilijk om met internetten te stoppen', 'komt u slaap tekort door internetten' en 'hoe vaak probeert u voor anderen te verbergen hoe lang u heeft geïnternet'?

Maar beste onderzoekers, ooit onderzocht hoeveel moeite fysiek van elkaar gescheiden geliefden hebben om de telefoon neer te leggen, hoeveel slaap zij tekort komen omdat ze uren met elkaar aan de telefoon hangen? Zij zijn toch ook niet verslaafd aan de telefoon, maar verslaafd aan elkaar, aan het contact met elkaar. En als u in het pre-internet tijdperk had ontdekt dat een groep Nederlanders dagelijks naar de videotheek gaat om pornobanden te halen, dan had u toch ook niet geconcludeerd dat zij verslaafd zijn aan de videorecorder? De door u geïnterviewde internetgebruikers zijn - als ze al verslaafd zijn - niet verslaafd aan internet, maar verslaafd aan chatten, aan spelletjes spelen of aan seks. Maar blijkbaar kon u niet zoveel met die uitkomsten, zou u met die bevindingen niet op de voorpagina van NRC Handelsblad zijn gekomen. Want we weten al lang dat er mensen zijn die een niet te bedwingen behoefte hebben aan kletsen, spelen of seks. Geen nieuws dus. Maar internet en zeker doemverhalen over internet doen het nog steeds goed.

Wat heeft dit met e-learning te maken? Nou, als je e-learning omschrijft als de verzamelnaam van leersituaties waarbij gebruik wordt gemaakt van internettechnologie, dan gaat het bij e-learning om leren en om het gebruik van internet. Nu is de mens een lerend wezen, leren doen we altijd, of we dat nu willen of niet. Maar de manier waarop we leren is niet altijd vanzelfsprekend. Nieuwe methoden en nieuwe aanpakken roepen vaak weerstand op, zo ook de toepassing van internettechnologie. e-Learning zou onpersoonlijk zijn, niet sociaal, ééndimensionaal, om er maar een paar te noemen. Opmerkingen die soms kloppen, maar veel vaker moeten worden ondergebracht in de categorie spookverhalen, zoals het verhaal bij de aanleg van de eerste spoorlijn dat de koeien geen melk meer zouden produceren en als het verhaal dat we doodgaan aan de straling van het mobiel bellen.

Technologie is voor hele volksstammen iets wonderbaarlijks, waarvan ze geen idee hebben hoe het werkt. Het is vooral de onbekendheid en de ongrijpbaarheid die angst inboezemen en die de mensen de hakken in het zand doen zetten. Onderzoekers die menen te ontdekken dat internet verslavend werkt, putten niet alleen uit diezelfde bron, ze voeden die bron ook. Want het zijn wetenschappers en dus is wetenschappelijk aangetoond dat internet gevaarlijk is. Het verschaft mensen in de weerstandshouding een alibi en ammunitie, die elke rationele discussie en afweging over de inzet van technologie in het leerdomein onmogelijk maakt. In de manier waarop de onderzoekers de gegevens hebben geïnterpreteerd, zit een impliciet waardeoordeel over het gebruik van internet: internetgebruik is eigenlijk iets dat je niet zou moeten willen en zeker niet veelvuldig. Internet is gevaarlijk, het kan tot verslaving leiden. Maar het echte gevaar zit in dit soort ongenuanceerde conclusies, waarbij het middel (internet) tot doel wordt verheven.

Beste lezer van deze column, het is weer genoeg geweest voor vandaag. Ik raad u aan om nu te stoppen met surfen. Het lezen van bovenstaande tekst heeft genoeg tijd gekost. Voor u het weet, behoort u tot de categorie Nederlanders die compulsief gebruik maakt van het web. U bent gewaarschuwd.

Harm Weistra


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

Meest gelezen columns

15-04

Gepersonaliseerd leren heilige graa...

Door: Wilfred Rubens (redactie)
25-10

Kanttekeningen bij het monitoren va...

Door: Wilfred Rubens (redactie)