Columns

Een overzicht van columns geschreven door de redactie en medewerkers van aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van de Redactie | 20-02-2004 | Article Rating | (0) reacties

Remmende voorsprong

"Breng het leren naar de gebruiker, in plaats van de gebruiker naar het leren." Dat is een ietwat vrije vertaling van een van de weinige opmerkingen die eind januari bleven hangen op de eLearnExpo in Parijs. Deze zin nestelde zich in mijn gedachten en bleef op een irritante manier zeuren. En zoals zeurende zinnen zo vaak doen, zorgde ook deze voor nieuwe inzichten, in dit geval over e-learning en de wet van de remmende voorsprong. Oftewel, wat gaat er fout, terwijl we het zo goed bedoelden?

Die ene zin kwam van Andy Sadler, Director Workplace Learning Solutions van IBM. Eigenlijk zei hij - iets minder, maar nog steeds vrij vertaald - 'je moet leertechnologie niet om je gegevens bouwen, maar om de lerende'. Dus niet het leermateriaal als uitgangspunt nemen en daaromheen systemen als een LMS of een LCMS bouwen, maar het werk van de medewerkers als uitgangspunt nemen en toepassingen bouwen die op het juiste moment, de juiste gegevens en leerobjecten aan hen presenteren. IBM noemt dat On Demand leren, anderen spreken van embedded leerinterventies. IBM, maar ook PeopleSoft liet in Parijs zien hoe de huidige technologie het mogelijk maakt om binnen de gepersonaliseerde portal van de medewerkers die kennis- en leerobjecten te presenteren, die aansluiten bij de actuele vragen van medewerkers en bij de activiteiten waarmee zij bezig zijn.

Nieuw is deze gedachte allerminst. Zelf schreef ik een kleine vijf jaar geleden in Opleiding & Ontwikkeling (1999, nr. 6) over wat we toen nog teleleren noemden: "….in de voorbij periode, waarin kennis en vaardigheden relatief stabiel en lang houdbaar waren, waarin grote groepen werknemers dezelfde functie vervulden en waarin de beschikbaarheid van technische hulpmiddelen beperkt was - zoals in het industriële tijdperk - lag het voor de hand om het leren te reguleren, te standaardiseren en te institutionaliseren. Uniforme, van boven gestuurde en gestandaardiseerde (klassikale) opleidingen vormden een adequaat en efficiënt middel. Maar in de huidige tijd waarin de halfwaarde tijd van kennis steeds korter wordt en waarin werknemers niet meer worden opgeleid voor gestandaardiseerde, van te voren te definiëren functies, maar waarin zij permanent hun competenties op peil moeten houden om flexibel te kunnen inspelen op de veranderingen in en de wensen van de markt, ligt het voor de hand om naar andere middelen te zoeken. De belangstelling in het bedrijfsleven voor teleleren lijkt door dit soort bewegingen in de maatschappij te worden ingegeven. Als dat het geval is, dan zou niet primair moeten worden bekeken hoe telematica het opleiden kan verbeteren, maar veelmeer hoe telematica werknemers kan ondersteunen in een constant veranderende omgeving en hoe telematica het permanente leren kan faciliteren. Ontwikkelingen als Electronic Performance Support Systems (EPSS) en elektronische hulpmiddelen voor communicatie, samenwerking en kennismanagement kunnen dan wel eens meer voor de hand liggende toepassingen zijn."

Twee weken na die zin in Parijs, zette een antwoord van oud-collega en goede vriendin Eline Noorbergen mij verder aan het denken. Ik had gevraagd wat er fout gaat bij organisaties die moeite moeten doen om hun medewerkers te verleiden tot het gebruiken van al die mooie e-learning-toepassingen, terwijl een scala aan andere technologieën door diezelfde medewerkers onder de handen van de ontwikkelaars vandaan wordt gegrist: chatten groeit tegen de klippen op, ook binnen arbeidsorganisaties; sms is immens populair; Google is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een naam die de bekendheid van Coca Cola evenaart en applicaties als Windows Media Player en Kazaa - voor het zoeken en afspelen van muziek en films - worden vaker gebruikt om het Internet op te gaan dan Internet Explorer. Eline wist het wel: wat ik had opgesomd, zijn toepassingen die vanuit het perspectief van de gebruiker zijn gemaakt, terwijl de meeste e-learning-toepassingen zijn ontworpen voor de docent, de beheerder en de cursusontwikkelaar. En inderdaad, het LMS is primair gemaakt vanuit de werkelijkheid van docenten en opleidingsmanagers; het LCMS is primair gemaakt voor cursusontwikkelaars en -beheerders.

e-Learning heeft last van de wet van de remmende voorsprong. De meeste toepassingen zijn ontstaan in een periode waarin we doorkregen wat de mogelijkheden van internettechnologie zijn, maar ook een periode waarin de ontwerpers van de nieuwe leeromgevingen nog te veel gevangen zaten in het mentale model van een voorbije wereld. Niets mis met de technologie waarin de nieuwe leeromgevingen zijn ontwikkeld, maar de achterliggende concepten leunen nog te veel op een wereld waarin cursussen, docent en onderwijs- en opleidingsinstellingen centraal staan.

Een enkele leverancier heeft dit begrepen en begint de lerende centraal te stellen, zoals o.a. IBM in Parijs liet zien. Maar de meeste aanbieders van leertechnologie moeten terug naar de tekentafel. Alle mooie woorden en beloften in hun brochures ten spijt, hun toepassingen weerspiegelen een mentaal model van een werkelijkheid die zijn langste tijd heeft gehad. Volgens mij ligt er goud geld te wachten op aanbieders die een omgeving bouwen die uitgaat van het perspectief van de lerende, in plaats van het perspectief van de docent, de opleidingsorganisatie of de cursusontwikkelaar. Wie weet gaan we het dan meemaken dat gebruikers ongeduldig zitten te wachten op de volgende beta-versie van hun favoriete leersoftware, dat gebruikers hun browser uitbreiden met een werkbalk voor leren en dat gebruikers het Internet opgaan met hun 'Windows Learning Player', voor het zoeken en afspelen van leermateriaal.

Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of 'Windows Learning Player' misschien al bestaat, alleen noemen we het Google. Een vreemde gedachte? Vraag maar eens aan werknemers en studenten wat ze doen als ze tegen een vraag of probleem aanlopen. Wedden dat zij niet het LMS opstarten, maar dat ze een zoekopdracht inkloppen? Elke docent, opleider of opleidingsverantwoordelijke die tegenwerpt dat Google geen enkele garantie biedt op effectief en door de organisatie gewenst leren, moet niet nog meer cursussen aanbieden, maar doet er verstandig aan om aan te sluiten bij de werkelijkheid van zijn 'klanten'. Geen misverstand, niets mis met opleiden, niets mis met docenten die mij op gezette tijden aan de hand nemen. Wel iets mis met levende en virtuele docenten die maar blijven opleiden en handen vastpakken, als ik alleen maar een klein duwtje wil bij mijn leren.

Harm Weistra


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

Website

Meest gelezen columns

15-04

Gepersonaliseerd leren heilige graa...

Door: Wilfred Rubens (redactie)