Bloggers

Een overzicht van blogs geschreven door aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van Wilfred Rubens (redactie) | 06-11-2026 | Article Rating | (0) reacties

AI en een nieuwe Pedagogie van de Onderdrukten?

In het artikel “AI and the New Pedagogy of the Oppressed” stelt Joshua Eyler dat het gebruik van AI in het onderwijs lijkt op het banking-concept van Paulo Freire. Daarmee kan het gebruik van AI het kritisch denken van lerenden, en uiteindelijk de democratie, aantasten. Hij pleit daarom voor verzet tegen AI in het onderwijs. Eyler gaat wat mij betreft kort door de bocht met een eenzijdige kijk op AI in het onderwijs.

Pedagogie van de onderdruktenEyler vertrekt vanuit Freires Pedagogy of the Oppressed uit 1968. Volgens de auteur beschrijft Freire daarin hoe autoritaire regimes onderwijs inzetten om mensen onderdanig te houden. Zulke regimes bepalen het curriculum en de didactiek en schakelen alles uit wat ‘hogere denkvaardigheden’ stimuleert.

Freire noemt deze aanpak het banking-concept. Onderwijs wordt een vorm van deponeren: lerenden zijn de bewaarplaats en de docent is degene die de lerende volstopt met informatie. De docent geeft mededelingen door, lerenden ontvangen, onthouden en herhalen. Kenmerken zijn onder meer hoorcolleges, strakke hiërarchie en weinig eigen inbreng van lerenden. Volgens Eyler benadrukt Freire dat ook goedbedoelende docenten in dit model kunnen belanden, omdat zij de verwachtingen die aan hen worden gesteld niet kunnen of willen doorgronden.

Het model ontmenselijkt lerenden, stelt de auteur. Zij gaan zichzelf zien als objecten waarop wordt ingewerkt, in plaats van als mensen die de wereld kunnen veranderen. Op termijn kan dat leiden tot apathie en gehoorzaamheid, wat autoritaire machthebbers goed uitkomt.

Vervolgens legt Eyler een verband met AI. Volgens hem wordt AI nadrukkelijk gepromoot door de Amerikaanse overheid en door bestuurders van scholen en universiteiten. Hij wijst op toenemend onderzoek waaruit blijkt dat lerenden die AI gebruiken voor veeleisende denktaken, zoals samenvatten, brainstormen, analyseren en argumenteren, op termijn minder verdiepend leren. Wie het denkwerk uitbesteedt, ontwikkelt die vaardigheden mogelijk nooit. Ook verwacht hij dat AI bestaande ongelijkheid vergroot. De snelle invoering verklaart hij deels uit bestuurlijke faalangst om achter te blijven, maar hij sluit niet uit dat autoritaire bestuurders een afname van het denkvermogen wenselijk vinden. Hij erkent dat een uitzonderlijke docent AI soms kan inzetten om leren te verbeteren.

Als antwoord pleit Eyler voor verzet. Hij verwijst naar Sonja Drimmer en Christopher J. Nygren, die aanraden lerenden centraal te stellen, met collega’s in gesprek te gaan en de aanname te verwerpen dat AI nu een plaats heeft in het onderwijs. Daarna moeten docenten doen wat Freire deed: lerenden leren vrij te denken, belangrijke vragen te stellen en kritisch naar hun eigen leerproces te kijken.

Mijn opmerkingen

Freire is sinds mijn studie in de jaren tachtig een van mijn inspiratiebronnen en nog steeds verwijs ik af en toe naar zijn werk. In Waarom kritisch denken in het AI-tijdperk zo belangrijk is gebruikte ik het banking-concept en zijn begrip conscientização om kritisch denken te koppelen aan deelname aan samenleving en beroep. In Belangrijke leertheorieën op een tijdlijn geplaatst noemde ik hem als denker die ontbrak: de ervaringen van volwassenen als startpunt en leren in dialoog met betekenisvolle anderen. Het meest uitgebreid kwam hij aan bod in de Kennisnet-podcast over generatieve AI door de ogen van Paulo Freire.

Daar kom ik tot een genuanceerder beeld dan Eyler. Ik ben het met hem eens dat AI niet neutraal is, net zoals onderwijs dat volgens Freire nooit is. Toch gaat de stap van “AI kan banking in de hand werken” naar “AI hoort niet thuis in het onderwijs” mij te ver. Het banking-concept zit in de didactiek, niet in de technologie op zich. Een hoorcollege zonder interactie past ook binnen het concept van banking, zonder dat er AI aan te pas komt. Freire zet tegenover het deponeren een probleemstellende, dialogische aanpak, en die is ook mogelijk met AI. Eylers waarschuwing is wel terecht voor gebruik waarbij AI het denkwerk overneemt. Voor als wel we het denkwerk uitbesteden aan AI, in plaats van AI te gebruiken voor nuttig cognitief ontlasten. Dat past bij de onderzoeken die hij noemt, al maakt hij niet duidelijk onder welke condities het effect optreedt. Eylers wijst erop dat alleen een uitzonderlijke docent in staat is om AI leerzaam in te zetten. Dat is echter een wel erg voor de hand liggende debattruc.

Een dialoog met een AI-toepassing is mogelijk, mits die goed wordt ingericht. Een lerende kan AI laten optreden als gesprekspartner die tegenargumenten geeft, vragen stelt vanuit een ander perspectief of een eigen redenering test. Ook kan interactie met AI bijdragen aan het creëren van kennis: de lerende ontwikkelt een eerste idee, laat dat bevragen, herziet het en toetst het aan bronnen en aan de eigen praktijk. Een kanttekening is daarbij van belang. Een dialoog met een AI-toepassing is geen dialoog tussen mensen. AI heeft geen eigen ervaring of maatschappelijke positie. Die dialoog met ‘AI’ moet wat mij betreft dan ook worden aangevuld met samen leren en met gesprek met de docent. Ook is specifiek voor leren ontwikkelde AI-tooling daarvoor waarschijnlijk geschikter dan de veel gebruikte grote taalmodellen.

Activiteiten met AI die niet passen bij het banking-concept zijn bijvoorbeeld:

  • een lerende laat een AI-tool een standpunt verdedigen en weerlegt dat met bronnen en voorbeelden uit de eigen beroepspraktijk;
  • lerenden schrijven eerst een eigen analyse, vragen ‘AI’ om kritiek, en lichten toe wat zij wel en niet overnemen;
  • lerenden onderzoeken samen hoe AI hun eigen vakgebied of leefomgeving weergeeft en bespreken waar de uitkomst vooringenomen is;
  • lerenden vergelijken AI-antwoorden met elkaar en met de literatuur, en bespreken de verschillen met de docent.

Verder valt op dat de auteur alleen oog heeft voor AI in het onderwijs, en niet voor AI voor het onderwijs en AI in de professie. Zou hij AI-toepassingen voor het onderwijs en in de professie ook willen weren? Daar komt bij dat de keuzes voor hoe je AI in het onderwijs wilt inzetten vooral bij onderwijsinstellingen en docenten liggen (en niet bij een overheid). Bovendien gebruiken lerenden AI al, ook voor leren. Door AI af te wijzen, leren lerenden niet er kritisch mee om te gaan.

Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie

Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie.


Lees het hele artikel


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in: