Bloggers

Een overzicht van blogs geschreven door aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van Wilfred Rubens (redactie) | 29-09-2026 | Article Rating | (0) reacties

In gesprek met lerenden over AI in het onderwijs

Beslissingen over AI-gebruik op scholen worden doorgaans genomen door volwassenen, terwijl lerenden zelf waardevolle inzichten kunnen hebben die vaak pas achteraf worden gehoord. Dat schrijft edtech-consultant Rachelle Dené Poth in What Students Can Teach Us About AI.

Jongeren en AI-richtlijnenVolgens Poth wordt het AI-beleid op scholen meestal bepaald door bestuurders die kaders opstellen, docenten die regels voor het gebruik in de klas vaststellen en verantwoordelijken voor IT die platforms beoordelen. Dat zijn belangrijke perspectieven. De stem van lerenden die AI al gebruiken ontbreekt volgens haar echter vaak juist op het moment dat die inbreng het meest waardevol kan zijn.

Het afgelopen jaar sprak Poth met lerenden, docenten, schoolleiders en gezinnen over digitaal welzijn, verantwoord technologiegebruik en AI. Lerenden van diverse onderwijssoorten merken dat AI wordt gebruikt bij huiswerk, projecten, zoekopdrachten en sociale interactie, en herkennen de druk om werk snel af te ronden. Dat betekent niet dat ze alle risico’s overzien: weten hoe je een AI-tool gebruikt, is iets anders dan weten wat er met ingevoerde informatie gebeurt of waarom antwoorden onjuist of vooringenomen kunnen zijn. Volgens Poth laat luisteren naar lerenden zien waar de aannames van volwassenen afwijken van de praktijk.

In de gesprekken kwamen meerdere thema’s terug. Lerenden willen transparantie over wanneer en hoe AI wordt ingezet, zeker bij het beoordelen van werk of het genereren van feedback. Ze willen ook beter begrijpen hoe AI werkt, omdat vertrouwdheid met technologie niet hetzelfde is als inzicht in hoe een systeem informatie produceert, data gebruikt of vooringenomenheid kan vertonen. Daarnaast vragen ze om begeleiding bij veilig en ethisch gebruik, en om duidelijke verwachtingen per opdracht: wat is toegestaan, wat moet worden gemeld, en waar ligt de grens tussen hulp en fraude.

Een terugkerend knelpunt is consistentie. Verwarring ontstaat wanneer de ene docent AI toestaat en de andere dat zonder toelichting verbiedt. Verschillen tussen vakken kunnen volgens Poth best blijven bestaan. Wel zouden lerenden bij hetzelfde vak bij verschillende docenten vergelijkbare leermogelijkheden moeten krijgen.

Opvallend is verder dat lerenden AI niet zomaar om de techniek zelf willen gebruiken. Poth beschrijft hoe lerenden die voor het eerst met Chromebooks werkten dit aanvankelijk leuk vonden, maar na verloop van tijd juist behoefte kregen aan activiteiten zonder technologie. AI moet volgens haar waarde toevoegen en gekoppeld zijn aan een helder leerdoel. Lerenden willen tot slot bescherming tegen onterechte beschuldigingen: onduidelijke regels maken dat ze zich zorgen maken of hun eigen werk ten onrechte als ‘AI-gegenereerd’ wordt bestempeld.

Poth wijst erop dat lerenden AI breder inzetten dan voor schoolwerk alleen. Zij gebruiken AI-toepassingen ook om advies te vragen, afbeeldingen te maken, lastige gesprekken te oefenen of vragen te stellen die ze een ander niet durven te stellen. Daardoor gaat het gesprek volgens haar niet alleen over academische integriteit, maar ook over gegevensbescherming, welzijn, relaties en digitaal burgerschap.

Zij adviseert om lerenden te betrekken bij beleidsvorming, via enquêtes, focusgroepen of adviesgroepen, en om lerenden regelmatig te laten reflecteren op hun AI-gebruik. Dergelijke gesprekken dragen bij aan AI-geletterdheid van lerenden zelf, en leveren bruikbare informatie voor docenten op.

Mijn opmerkingen

Ik vind het betrekken van lerenden bij richtlijnen en beleid ten aanzien van AI van belang. Dat kun je bijvoorbeeld realiseren via een Advisory Board. Ik heb zelf de AI Advisory Board van ROERCollege Schöndeln een jaar of twee mogen begeleiden, waarin ook lerenden vertegenwoordigd waren. Een AI Advisory Board geeft lerenden, ouders, docenten en schoolleiding samen een stem in hoe AI binnen de school wordt ingevoerd, en komt meerdere keren per jaar bijeen. Uit de bijeenkomsten in Roermond volgde onder meer een set richtlijnen voor lerenden en medewerkers die breed is gedeeld, en een sessie waarin lerenden zelf beelden maakten op basis van die richtlijnen. Het bleek overigens best een uitdaging om lerenden hiervoor te mobiliseren. Maar: wanneer lerenden vanaf het begin meedenken over mindset, richtlijnen en digitale geletterdheid, ontstaat meer draagvlak dan wanneer beleid achteraf wordt medegedeeld. De thema’s die Poth adresseert zijn overigens herkenbaar.

Het punt over inconsistentie tussen docenten herken ik ook. Wanneer de ene docent AI toestaat en de andere het zonder uitleg verbiedt, ontstaat onduidelijkheid die weinig met AI zelf te maken heeft en meer met het ontbreken van gedeelde afspraken binnen een team. Dat is een organisatorisch vraagstuk, waar een platform als een advisory board uitkomst bij kan bieden. Dit speelt overigens ook bij het gebruik van digitale technologie voor leren, opleiden en onderwijs in het algemeen.

Ook de zorg over onterechte beschuldigingen is relevant, gezien de bekende onbetrouwbaarheid van AI-detectietools. Je leest regelmatig over lerenden die onterecht beschuldigd zijn wat betreft het oneigenlijk gebruik van AI-tools. Dit kan bij lerenden leiden tot veel stress.

Belangrijk is ook het erkennen van verschillen tussen leeftijdsgroepen: de manier waarop een dertienjarige met AI omgaat, vraagt om andere begeleiding dan die van een achttienjarige.

Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie

Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie.


Lees het hele artikel


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in: