Over resonantie, digitale technologie en AI
Afgelopen vrijdag was het moment dat Addy de Zeeuw na 30 jaar zijn vaste werkzaamheden bij het Consortium voor Innovatie heeft overgedragen. Als ‘vriend van het CvI’ was ik er bij. Addy had hoogleraar Stijn Neutelings gevraagd een presentatie te verzorgen. Deze presentatie heeft mij aan het denken gezet. Met deze blogpost als resultaat.
Stijn Neutelings sprak namelijk over het concept ‘resonantie’ van de Duitse socioloog en filosoof Hartmut Rosa. Rosa gebruikt dat begrip om een kwaliteit te beschrijven van de manier waarop mensen zich verhouden tot de wereld: tot andere mensen, maar ook tot werk, kennis, kunst en natuur. Resonantie heeft vier kenmerken:
- Je wordt ergens door geraakt.
- Je antwoordt daarop met je eigen stem en merkt dat je de ander bereikt.
- Beide kanten veranderen door de ontmoeting.
- Resonantie is onbeschikbaar: je kunt haar niet afdwingen of plannen, en de ander moet je kunnen verrassen of tegenspreken.
Het tegenovergestelde is vervreemding, een relatie waarin de wereld ‘stom’ blijft. Rosa stelt dat de moderniteit ons bereik op de wereld vergroot, maar de wereld tegelijk dreigt te laten verstommen. Wat volledig beheersbaar is, kan je immers niet meer raken. Rosa onderscheidt resonantie ook van ‘echo’: wie alleen bevestiging krijgt, ontmoet geen ander met een eigen stem.
Neutelings paste het concept ook toe op onderwijs. Volgens hem staat ook het onderwijs onder druk van versnelling, controle en optimalisering, zichtbaar in leerlijnen, meetbare competenties, tijdsdruk, toetsen en internationale rankings. Hij maakte daarbij het onderscheid tussen Aneignung en Anverwandlung. Bij toe-eigening wordt leerstof iets om te verwerven, af te vinken en te reproduceren. De stof blijft ‘stom’ en de docent bereikt de lerenden niet. Bij Anverwandlung gaat de leerstof spreken, raakt ze aan wat een lerende belangrijk vindt en verandert ze diens verhouding tot de wereld. Volgens Neutelings gaat het onderwijs vanuit dit perspectief niet primair om training van competenties of om zelfontwikkeling in de zin van Bildung, maar om het ontwikkelen van het vermogen om te resoneren met mensen, dingen en de wereld. Hij verwees naar Resonanzpädagogik (2016) van Rosa en Wolfgang Endres, die de klas zien als een resonantiedriehoek. De docent kan zelf geraakt zijn door de stof, laat dat merken, voegt iets toe en leert ook van lerenden. De lerende wordt aangesproken en ervaart dat het eigen antwoord ertoe doet. De leerstof is geen dood materiaal, maar iets met een eigen stem. De docent werkt daarbij als een stemvork, waarbij frictie en verschil nodig zijn om wederzijds af te stemmen. Zie ook: Kanamori ontmoet… Hartmut Rosa: ‘Onderwijs begint bij resonantie, bij geraakt worden’
Na afloop had ik dankzij een onverwacht lange treinreis -dankzij herstelwerkzaamheden moest ik via Utrecht naar huis- tijd om na te denken over deze presentatie. Ik zie namelijk een relatie met intrinsieke motivatie en verbondenheid, en vroeg me ook af hoe online media en generatieve AI zich verhouden tot resonantie. Dit zijn allemaal onderwerpen die regelmatig in mijn blogposts aan bod zijn gekomen, in tegenstelling tot resonantie.
Je hebt vast weleens de tegeltjeswijsheid gelezen dat onderwijs niet het vullen van een vat is, maar het ontsteken van een vuur. Dat is in feite resonantie. Lerenden worden geraakt door een docent of onderwerp. Dit wakkert motivatie aan, een zet aan tot leren. Daarbij wordt vaak verwezen naar de beroemde motivatietheorie van Ryan en Deci. Volgens deze theorie wordt motivatie onder meer beïnvloed door sociale verbondenheid: het gevoel dat je omgaat met anderen die je kunt vertrouwen (bron). In 2023 besprak ik onderzoek naar need-supportive teaching, waarbij docenten autonomie ondersteunen, structuur bieden en betrokken zijn, zodat lerenden hun behoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid vervuld zien.
Motivatie, verbondenheid en resonantie zijn m.i. verwant, maar niet hetzelfde. Verbondenheid is een basisbehoefte, resonantie een kwaliteit van een relatie. Je kunt je verbonden voelen met een groep waarin iedereen elkaar bevestigt, zonder dat er resonantie is. Omgekeerd kan resonantie verbondenheid verdiepen. De ervaring dat je antwoord ertoe doet, sluit bovendien aan bij het gevoel van competentie. Neutelings benadrukte dat een docent resonantie niet kan garanderen, maar wel voorwaarden kan scheppen: ruimte voor verschil, echte vragen en tijd. Dat geldt ook voor motivatie en verbondenheid.
Ik zie overigens ook een relatie tussen resonantie en de ‘Plakfactor‘, waar het onverwachte, emoties en verhalen belangrijke elementen van zijn.
Een interessante vraag is wat mij betreft ook: heb je voor resonantie fysieke bijeenkomsten nodig? Of kunnen online media resonantie, en de ontmoetingen die nodig zijn voor resonantie, ook faciliteren? Video’s kunnen uiteraard raken, maar daarbij is nog geen sprake van wederkerigheid. De eerste theorieën over communicatie via media, zoals de social presence theory en de media richness theory, gingen ervan uit dat online contact armer is omdat non-verbale signalen wegvallen. Media zijn “rijker” naarmate ze meer signalen overbrengen (stem, gezichtsuitdrukking, lichaamstaal) en snellere feedback mogelijk maken. Omdat online non-verbale signalen wegvallen, zou contact onpersoonlijker en taakgerichter worden en zou er minder ruimte zijn voor echte relaties. Joseph Walther liet later zien dat mensen die signalen met tijd compenseren, en dat online contact soms zelfs intiemer aanvoelt, al ligt idealisering van de ander op de loer. In een blogpost uit 2020 haalde ik Justus Uitermark aan, die stelt dat kennisoverdracht goed online kan, maar dat sociale verbondenheid, betrokkenheid en motivatie veel moeilijker te realiseren zijn.
Online media hebben voor resonantie sterke en minder sterke kanten. Online fora maken resonantie mogelijk wanneer mensen elkaar langere tijd serieus antwoorden, van mening verschillen en anders gaan denken. Sociale media geven echter vaak een echo: bevestiging van wat je al denkt, in de vorm van likes en gelijkgestemde reacties en mede dankzij algoritmes. Resonantie vraagt juist om een ander die met een eigen, soms tegendraadse stem antwoordt. Bij online games zorgt een gedeelde activiteit voor onvoorspelbaarheid. Daartegenover staat dat veel media juist beheersbaarheid bieden. Bij Zoom zet je je camera uit of beëindig je het gesprek met één klik, en meer signalen leiden niet vanzelf tot meer verbondenheid.
Een fysieke bijeenkomst is niet altijd nodig, maar online resonantie vraagt dezelfde voorwaarden die Neutelings noemde: tijd, echte vragen en ruimte voor verschil. Dat sluit aan bij eerdere bijdragen op mijn weblog waaruit naar voren komt dat peerfeedback, online groepswerk en online discussies verbondenheid bevorderen. De afwisseling tussen asynchroon en synchroon online leren kan resonantie faciliteren, al blijft het compenseren van gemiste signalen ingewikkeld.
Kan er sprake zijn van resonantie als je met een AI-chatbot communiceert? Rosa schetst hoe algoritmen ons beslispatronen opleggen, waardoor we handelingsruimte verliezen. Aan de andere kant is resonantie bij Rosa niet beperkt tot mensen. Neutelings sloot zijn presentatie af met het beeld dat het kan gaan om een boom, een spinnenweb of een wiskundige stelling. Een interactie met een AI-chatbot kan op zich ook tot resonantie leiden.
Een sterke kant van AI-chatbots is dat mensen zich erdoor aangesproken kunnen voelen. Isabella Buck verwijst naar een studie uit 2024 waarin mensen zich door AI-gegenereerde berichten emotioneel sterker gesteund voelden dan door berichten van mensen. Een chatbot kan ook de toegang tot leerstof openen en op verzoek tegenargumenten geven.
De minder sterke kanten wegen echter zwaarder. Een chatbot verandert niet blijvend door een gesprek, en heeft de neiging mee te gaan met de gebruiker, wat eerder echo oplevert (sycofantie). Vooral de onbeschikbaarheid staat onder druk. Een analyse in The Conversation wijst erop dat ChatGPT vrijwel permanent beschikbaar is en zich aanpast aan de gebruiker, terwijl resonantie weerstand en onvoorspelbaarheid veronderstelt. In termen van de resonantiedriehoek levert een chatbot weinig frictie op, zoals een stemvork dat doet. Resonantie kan daarom vooral ontstaan met de ideeën en de leerstof, minder goed met de chatbot zelf. Dat raakt aan een vraag die ik in 2024 besprak: leidt AI tot isolatie of tot meer verbondenheid? Sommigen verwachten dat AI docenten tijd geeft om te bouwen aan hun relatie met lerenden. Of dat gebeurt, hangt af van keuzes van mensen. De AI-toepassing kan dus helpen met het scheppen van een voorwaarde voor resonantie.
Ik heb deze blogpost ook geschreven met behulp van Claude Opus 5.5. Ik gebruik Claude vaker voor het schrijven van blogposts. Nu was ik echter ook benieuwd of het gebruik zou leiden tot resonantie. Eerst vroeg ik of je iemand online echt kunt ontmoeten en wat mediatheorieën daarover zeggen. Daarna vroeg ik of bij online contact sprake kan zijn van resonantie, en vervolgens of dat ook geldt voor de interactie met een AI-chatbot. Claude zocht daarvoor bronnen op en merkte op dat het niet met zekerheid kan zeggen of het geraakt wordt. Er was dus in ieder geval geen sprake van wederkerigheid. Ik heb Claude ook gevraagd om een artikel te schrijven op basis van onze interactie en op basis van mijn blogposts over intrinsieke motivatie en verbondenheid, die Claude op te-learning.nl opzocht. Ten slotte heb ik foto’s van drie dia’s uit de presentatie van Neutelings toegevoegd om de tekst aan te vullen. De output heb ik gecheckt, geredigeerd en aangevuld.
Ik kan niet zeggen dat Claude mij echt raakte. Wel werd ik verrast door delen van de output (die ik heb gecheckt), en kwam ik op ideeën dankzij de output. Resonantie gaat echter verder dan dat.
Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie
Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie.
Lees het hele
artikel