Mijn reflectie op de laatste top 100 learning tools
Jane Hart heeft twintig jaar lang de top 100 van favoriete leertechnologieën van haar lezers (voornamelijk afkomstig uit L&D) samengesteld. Enkele weken geleden publiceerde zij de laatste Top 100 Tools for Learning. Wat valt op, ook als je kijkt naar de top 100 van verleden jaar?
Digitale technologieën voor leren omvatten zowel systemen die specifiek voor leren, opleiden en onderwijs zijn ontworpen als instrumenten die oorspronkelijk andere doeleinden hadden maar wel voor educatieve toepassingen worden ingezet. Beide typen technologieën komen ook dit jaar in Jane’s overzicht voor.
De eerste plaats is dit jaar voor ChatGPT. Daarmee komt een einde aan de periode waarin YouTube tien jaar lang (2016-2025) bovenaan stond. Daarvoor was Twitter zeven jaar de nummer één. Ook andere AI-toepassingen stijgen dit jaar flink. Gemini staat op plaats 3, Claude stijgt 36 plaatsen naar plaats 5 en NotebookLM stijgt 23 plaatsen naar plaats 7. Copilot klimt naar plaats 12. Verderop in de lijst stijgen ook Grok (+21), Synthesia (+18), ElevenLabs en HeyGen. Van de zes nieuwkomers zijn er vier mij onbekende AI-toepassingen: CreateUpon, ChatPDF, QuillBot en SuperWhisper.
In haar eigen analyse stelt Jane Hart dat AI inmiddels alle domeinen van L&D doordringt: van persoonlijk onderzoek en leren tot het sneller en goedkoper ontwikkelen van leerinhoud en cursussen. Als gevolg daarvan zouden auteursomgevingen minder prominent in de lijst voorkomen en leermanagementsystemen nog minder. Moodle zakt maar liefst 34 plaatsen (naar 69), Canvas zakt 7 plaatsen (naar 72). Alleen Google Classroom houdt volgens haar stand. Ook andere ‘zwaargewichten’ dalen of verdwijnen. Feedly en Coursera staan niet meer in de lijst; er staat zelfs geen enkel platform voor online cursussen meer in de top 100. WordPress, dat vóór 2020 structureel in de top 10 stond, is gezakt naar plaats 38. LinkedIn, X, Teams en Slack zijn eveneens flink gedaald.
Je moet hierbij trouwens wel een kanttekening plaatsen. De lijst is gebaseerd op de top 10 die respondenten indienen (dit jaar 986 stemmen). Het gaat om voorkeuren, niet om daadwerkelijk gebruik. Elke AI-tool die een plek in iemands top 10 krijgt, drukt daarmee een andere tool uit die top 10. Dat een leermanagementsysteem daalt, betekent dus niet automatisch dat AI het leermanagementsysteem vervangt. Bovendien kiezen docenten en lerenden een leermanagementsysteem zelden zelf; de organisatie bepaalt dat. Bij AI-tools is dat vaak wel het geval (vooralsnog?). Het beeld bij auteursomgevingen is daarnaast minder eenduidig dan Jane suggereert. Articulate daalt slechts één plaats (naar 25), Easygenerator stijgt zelfs zeven plaatsen (naar 56). Verleden jaar verwachtte ik dat AI steeds meer geïntegreerd zou worden in bestaande leertechnologieën. Die integratie zie je in een dergelijke lijst niet terug. Respondenten noemen de AI-chatbot of het platform, niet de AI-functionaliteit binnen een leermanagementsysteem of auteursomgeving. Maar goed: specifieke AI-tools winnen aan populariteit, ‘klassieke’ leertechnologieën verliezen aan populariteit bij deze groep respondenten (ook als deze leertechnologieën AI-functionaliteit bevatten).
Een aantal ontwikkelingen die ik verleden jaar signaleerde, hebben zich doorgezet of juist niet. Verleden jaar vond ik de stabiele positie van Google Search opvallend. Ik had verwacht dat deze zoekmachine terrein zou verliezen aan tools zoals Gemini. Dat gebeurt nu wel: Google Search zakt vijf plaatsen naar plaats 9, Wikipedia zakt acht plaatsen naar plaats 19. Jane schrijft beide dalingen toe aan de opkomst van AI. Google Scholar daalde verleden jaar, en ik vroeg me af of de ‘deep research’-functie van generatieve AI-toepassingen daar een rol bij speelde. Dit jaar stijgt Google Scholar echter veertien plaatsen naar plaats 28. Die verklaring houdt dus in ieder geval geen stand. Zou dit komen door behoefte aan betrouwbare en valide bronnen? Vertaaltools dalen wel verder. DeepL zakt zeven plaatsen, Google Translate elf plaatsen. Grammarly stijgt daarentegen licht.
Verleden jaar leken sociale netwerken hun plek in het leerlandschap te heroveren, met LinkedIn stabiel op plaats 8. Dit jaar is het beeld anders. LinkedIn daalt veertien plaatsen naar plaats 22 en X elf plaatsen naar plaats 34. Facebook en TikTok zakken licht, terwijl Instagram en WhatsApp stijgen. Vooral platforms voor professionele uitwisseling verliezen terrein, net als samenwerkingsomgevingen. Microsoft Teams en Slack dalen allebei dertien plaatsen, Outlook zelfs 28. Mogelijk vervangen AI-chatbots een deel van het vragen stellen aan collega’s en vakgenoten.
Video blijft een belangrijk medium. YouTube staat nog steeds op plaats 2, en videobewerker CapCut en AI-videoplatform Synthesia stijgen elk achttien plaatsen. Het Nederlandse HiHaHo stijgt van plaats 36 naar plaats 31. Ook Easygenerator en aNewSpring, eveneens van Nederlandse origine, staan in de lijst. LessonUp, dat verleden jaar terugkeerde op plaats 91, is weer verdwenen.
Hoe verhoudt de top 100 zich tot mijn eigen top 10 van 2026? Mijn nummers één en twee, Claude en NotebookLM, behoren tot de grootste stijgers. ChatGPT heb ik dit jaar juist uit mijn top 10 geschrapt, omdat ik steeds meer moeite heb met het bedrijf OpenAI (ik heb afscheid genomen van ChatGPT). Negen van mijn tien tools staan in de top 100. Mentimeter staat op 24, Teams op 20, WordPress op 38 en Canvas op 72. Keynote staat op 75 en Screenpal (voorheen Screencast-o-matic) op 84. Inoreader keert terug op plaats 86, terwijl het alternatief Feedly verdwijnt. Alleen DuckDuckGo ontbreekt. Mijn lijst is al jaren redelijk stabiel. Ik sta wantrouwig tegenover hypes en wissel liever niet steeds van tools, omdat dat cognitieve belasting met zich meebrengt die je beter anders kunt benutten. Dat verklaart ook waarom mijn top 10 steeds meer afwijkt van de totaallijst.
Met deze twintigste editie verdwijnt een van de weinige longitudinale bronnen over het gebruik van leertechnologie, met al z’n beperkingen). De lijst laat volgens Jane drie tijdperken zien: dat van Twitter, dat van YouTube en nu dat van generatieve AI. Tegelijkertijd blijft het een lijst op basis van een zelfgeselecteerde groep internationale respondenten, voornamelijk uit L&D. Wel illustreert deze ontwikkeling dat digitale technologieën, die oorspronkelijk niet voor leren en ontwikkelen bedoeld zijn, van oudsher erg populair zijn bij de respondenten. Ook worden veel van die technologieën gebruikt voor informeel leren, en door de respondenten zelf. Individueel, informeel, leren lijkt populairder te zijn dan leren samen met collega’s of formeel leren.
De lijst illustreert ook het beeld van concentratie bij een klein aantal grote technologiebedrijven. Alphabet is met YouTube, Gemini, Docs & Drive, NotebookLM en Search vijf keer vertegenwoordigd in de top 10. De respondenten deinzen zelfs niet ervoor terug om technologieën van de hele foute Elon M. in hun top 10 op te nemen (met Grok zelfs als forse stijger). Terwijl er krachtiger en veel minder foute alternatieven zijn. Verleden jaar constateerde ik dat de discussie over afhankelijkheid van ‘big tech’ geen zichtbare invloed had op deze lijst. Dat is dit jaar niet anders.
Lees het hele
artikel