Cognitive offloading kennen we al veel langer (en niet pas nu lerenden AI gebruiken)
Volgens Tim Moon is AI niet de oorzaak is van cognitieve ontlasten (cognitive offloading) in het onderwijs, maar faciliteert het onderwijs zelf deze trend al langere tijd. Scholen hebben volgens hem al jaren taken als memoriseren, oordelen en argumenteren verschoven naar handouts, zoekmachines, rubrics en standaardformules. AI voegt hier alleen een nieuwe, krachtigere laag aan toe.
Foto: geralt, Pixabay
Moon gebruikt de metafoor van een stier met twee horens om het huidige AI-debat in het onderwijs te typeren. De ene hoorn waarschuwt dat AI het menselijk denken permanent ondergraaft. De andere belooft dat AI leren personaliseert, expertise democratiseert en de onderwijsvernieuwing brengt die al decennia wordt aangekondigd. Volgens de auteur zien beide kampen een lerende die geheugen, schrijven, interpretatie en oordeel herhaaldelijk aan een machine overdraagt. Dit gaat ten koste van meer verdiepend leren, terwijl een AI-tool die als geduldige gesprekspartner functioneert een idee wel degelijk kan verdiepen. Toch signaleert Moon dat beide posities dezelfde fout maken: ze kennen AI de bepalende rol toe in de uitkomst van het leerproces, waardoor de docent toeschouwer wordt en de lerende ontvanger. Moon stelt dat dit een verkeerde aanname is. AI verandert weliswaar de omstandigheden waarin leren plaatsvindt, maar het ontheft ons niet van de verantwoordelijkheid om te bepalen wat leren inhoudt, welke uitdagingen leerzaam zijn en wie verantwoordelijk blijft voor het denken.
Het echte probleem, volgens de auteur, is dat onderwijs al lang de schijn van leren beloont in plaats van de werkelijkheid erachter. Een goed geschreven paper of een voldoende cijfer staat vaak voor begrip, terwijl dit niet per se het geval hoeft te zijn. Het geheugen verhuisde naar het hand-out en later naar de zoekmachine, het oordeel naar de rubric, argumentatie naar het format van vijf alineas, aandacht naar het scherm. Wel benoemt de auteur dat AI dit patroon kan versnellen: het kan de schijn van denken produceren zonder het ongemak van denken, en dat in taal die vloeiend genoeg is om zowel lerende als docent te overtuigen.
De oplossing ligt volgens hem niet in het verbieden of onbeperkt omarmen van AI, maar in het heroverwegen van de rol van moeite en wrijving in het leerproces.
Moon benadrukt dat intellectuele groei ontstaat door weerstand. Herinneren, uitleggen, onderscheiden en verdedigen zijn essentiële vaardigheden die lerenden zelf moeten ontwikkelen. AI kan deze weerstand wegnemen voordat de lerende de problemen volledig heeft ervaren. Daarom pleit Moon voor frictieverplaatsing: gebruik AI om mechanisch werk te verlichten. Mechanische wrijving, zoals het opmaken van een bronvermelding of het herhalen van een routinematige berekening, kost tijd zonder begrip te verdiepen. Zorg er tegelijkertijd voor dat het denkwerk dat de lerende vormt (fomatieve wrijving) bij hen blijft. Als voorbeelden van formatieve wrijving noemt de auteur schriftelijke toetsen in de klas, korte essays die het eigen denken van de lerende vastleggen, het reverse-engineeren van een bestaand essay door er zelf een prompt bij te schrijven, en mondelinge verdediging van antwoorden. De docent moet het proces – niet alleen het eindproduct – beoordelen en zwaarder laten meetellen. Daarbij is de volgorde volgens Moon belangrijk: de lerende moet eerst zelf een vraag doordenken, iets ophalen uit het geheugen en een opvatting formuleren, voordat AI wordt ingezet om een zwakke redenering bloot te leggen, om tegenargumenten te vragen of om te toetsen of de lerende een idee kan uitleggen zonder geleende vaktermen.
De meest waardevolle rol voor AI in het onderwijs is volgens Moon die van gesprekspartner, niet van schrijfhulp. Een AI die vragen stelt als “Wat bedoel je?”, “Welk bewijs zou je van gedachten doen veranderen?” of “Kun je het uitleggen zonder de geleende woorden?” dwingt lerenden om dieper na te denken. Dit benadert de Socratische methode en biedt docenten een extra instrument om denken bij lerenden te stimuleren. Daarbij moet het proces zichtbaar worden gemaakt, stelt Moon: een afgerond werkstuk is volgens hem geen betrouwbaar bewijs meer van het denkproces dat erachter zit.
Dit betekent volgens de auteur ook dat toegang tot AI op school beperkt en gericht moet zijn, en dat eerste denkwerk vaak op papier, mondeling of in een observeerbare klassituatie moet gebeuren voordat AI wordt ingezet. Die aanpak heeft een prijs: minder werkstukken, meer tijd voor gesprek en mondelinge verdediging, en minder gemak voor lerenden om belangrijk werk privé af te ronden.
Moon concludeert dat de toekomst van het onderwijs afhangt van de vraag of scholen een duidelijk beeld kunnen schetsen van het denkproces dat een persoon vormt. AI trad toe op een podium dat het onderwijs al had gebouwd. Wat er nu gebeurt, is nog steeds onze verantwoordelijkheid.
Mijn opmerkingen
Het onderscheid tussen mechanische en formatieve wrijving sluit aan bij het onderscheid van Lodge en Loble over nuttige en schadelijke cognitieve ontlasting of tussen cognitief ontlasten en cognitief uitbesteden. AI-gebruik is acceptabel zolang het denkwerk (en maakwerk!) bij de lerende blijft. Tools mogen echte leeractiviteiten niet overnemen.
Ik vind Tim Moon overigens niet altijd even consequent. De ene keer stelt hij dat een voldoende cijfer voor een paper niet altijd op begrip duidt, aan de andere kant is een kort essay wel een voorbeeld van formatieve wrijving (of zit het verschil in de omvang). Daarnaast is het m.i. zo dat niemand nu pas erkent dat lerenden hun leren kunnen uitbesteden. Ik deel wel zijn mening dat we meer aandacht moeten hebben voor het proces.
Tim Moon gaat echter voorbij aan het feit dat leren niet alleen ‘op school’ plaats vindt. Lerenden leren ook elders. De school heeft dan geen grip op het AI-gebruik. Buiten de grenzen van de onderwijslocatie kunnen lerenden het leren ook uitbesteden aan AI-tools. Dat betekent volgens mij dat je niet alleen meer nadruk legt op leren als proces en leren voor de langere termijn, maar dat je lerenden ook bewust maakt van effectieve leerstrategieën.
Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie
Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie.
Lees het hele
artikel