Interessante nieuwe meta-analyse over leereffecten van de flipped classroom
Het concept van de flipped classroom levert in het (hoger) onderwijs gemiddeld positieve effecten op. De ‘winst’ hangt echter sterk af van het type opleiding en vooral van wat docenten en lerenden met de vrijgekomen lestijd doen. Dat is de kern van een blogpost van Pedro De Bruyckere over een nieuwe ‘second-order’ meta-analyse van over dit onderwerp.
Volgens Pedro vinden de onderzoekers over alle studies samen een gemiddeld effect van ongeveer 0,75 standaarddeviatie. Na correctie voor publicatiebias -het gegeven dat positieve studies vaker gepubliceerd worden dan negatieve- daalt dat effect naar ongeveer 0,59. Dat is nog altijd positief, maar minder groot dan de ongecorrigeerde cijfers suggereerden. Volgens Pedro is dat geen kritiek op de flipped classroom, maar eerder een herinnering dat onderwijsinnovaties zelden zo sterk uitpakken als de eerste enthousiaste studies laten vermoeden.
Hij wijst er terecht op dat dit gemiddelde grote verschillen tussen opleidingen verhult. De grootste winst wordt gevonden in geneeskunde, verpleegkunde, farmacie en taalonderwijs, terwijl de effecten in zogenaamde STEM-opleidingen aanzienlijk kleiner zijn. Volgens Pedro komt dat doordat opleidingen waarin studenten tijdens de les klinische vaardigheden, communicatie of professionele handelingen oefenen, direct baat hebben bij extra begeleide oefentijd. In vakken waar conceptueel redeneren en abstracte kennis centraal staan, ligt dat volgens hem minder voor de hand.
Pedro staat in zijn blogpost ook stil bij de rol van video’s. Veel discussies over flipped classroom gaan volgens hem over de gebruikte software, de lengte van video’s of de vraag of kijken verplicht moet zijn. De onderzoekers suggereren volgens Pedro echter dat dit niet de bepalende factoren zijn: niet het bekijken van video’s levert leerwinst op, maar wat er vervolgens tijdens de contacttijd gebeurt. Effecten treden vooral op wanneer de vrijgekomen lestijd wordt gebruikt voor casussen, feedback, probleemoplossing, begeleide oefening en samenwerking. Video’s zijn dan geen doel op zich, maar een middel om ruimte te maken voor rijkere leeractiviteiten.
In het onderzoek wordt volgens Pedro ook de veelgehoorde claim dat flipped classroom automatisch leidt tot verdiepend leren en hogere denkvaardigheden, genuanceerd. De meta-analyse laat de sterkste effecten zien voor professionele vaardigheden, zelfgestuurd leren en algemene leerprestaties, terwijl het effect op hogere denkvaardigheden meer beperkt is. Het ‘omdraaien van een les’ verandert immers niet vanzelf de kwaliteit van de opdrachten; hogere-orde-denken ontstaat pas wanneer studenten tijdens en na de les worden uitgedaagd om te analyseren, verbanden te leggen en problemen op te lossen.
Verder benoemt Pedro ook een valkuil: in de praktijk wordt flipped classroom soms simpelweg een video bovenop de bestaande les, of een verschuiving van verantwoordelijkheid naar studenten zonder dat de les zelf verandert. Studenten en docenten krijgen dan méér werk, terwijl de klas niet daadwerkelijk ‘geflipt’ is. Dat kan volgens Pedro verklaren waarom sommige studies weinig of zelfs negatieve effecten rapporteren.
Samenvattend werkt flipped classroom volgens Pedro vooral wanneer de voorbereidende materialen van goede kwaliteit zijn, studenten daadwerkelijk voorbereid naar de les komen, de vrijgekomen lestijd actief wordt benut, de docent tijdens die lestijd intensief begeleidt en de leerdoelen vragen om toepassing, feedback en oefening. Het succes zit dus niet in het omkeren van de volgorde op zich, maar in het beter benutten van de gezamenlijke lestijd.
Nota bene: De onderliggende meta-analyse van Uzun en collega’s, die 25 eerdere meta-analyses over flipped classroom in het (hoger) onderwijs samenvat, is gepubliceerd bij Elsevier/ScienceDirect en is helaas niet vrij toegankelijk; wie de originele publicatie wil raadplegen, heeft doorgaans institutionele toegang of betaalde toegang nodig. Ik heb het artikel zelf daarom niet gelezen.
Mijn opmerkingen
Ik heb eerder veel geblogd over het concept van de flipped classroom (de ’tag’ flipped learning leidt tot meer dan 80 bijdragen). Ik noem het bewust een concept omdat geen sprake is van één didactische aanpak. In juli 2026 schreef ik bijvoorbeeld over een bespreking van drie wat oudere meta-analyses. Deze bespreking laat zien dat het flipped classroom-model een bruikbare, onderbouwde aanpak kan zijn, mits zorgvuldig voorbereid. In mijn bespreking van een meta-analyse van onderzoekers van de Universiteit Utrecht (Van Alten, Phielix, Janssen en Kester, 2019) constateer ik ook dat de aanpak een klein maar betekenisvol positief effect heeft op leerresultaten, terwijl de tevredenheid van lerenden gemiddeld niet verschilt van conventioneel onderwijs. Deze Nederlandse onderzoekers concluderen ook dat de effecten sterk uiteenlopen tussen studies: het gaat er niet om óf je flipt, maar hoe. Het behoud van voldoende face-to-face tijd blijkt daarbij essentieel, evenals het gebruik van tussentijdse quizzen.
De meta-analyse van Uzun cs sluit hierbij op aan. Wel kijken zij specifiek naar de rol van video bij dit concept en naar de relatie met verdiepend leren en hogere denkvaardigheden. Ook wijzen zij op het belang om het ontwerp van het onderwijs integraal onder de loep te nemen, en niet alleen video’s toe te voegen of alleen de verantwoordelijkheid van studenten te vergroten. Dit zijn m.i. relevante bevindingen die waarde toevoegen, in vergelijking met bestaand onderzoek. De ‘flipped classroom’ is inderdaad geen interventie met een vast effect, maar een organisatievorm die staat of valt met de kwaliteit van de contacttijd.
De onderzoekers gaan op een aantal aspecten niet in, als ik Pedro’s bijdrage goed interpreteer. In een eerdere blogpost over de meest voorkomende valkuil bij dit concept schrijf ik op tijd- en taakmanagement als grootste struikelblok voor studenten: niet het begrijpen van de stof, maar het plannen van de voorbereiding blijkt problematisch. Hoe bevorder je dat studenten zich daadwerkelijk voorbereiden?
In een blogpost uit 2024, leg ik een relatie tussen flipped classroom en de opkomst en adoptie van generatieve AI. Ik schreef dat het enthousiasme voor het concept na de introductie ervan (ruim vijftien jaar geleden) is afgenomen, onder meer omdat lerenden zich in de praktijk lang niet altijd thuis voorbereiden en docenten dit niet altijd controleren. Generatieve AI kan volgens mij op twee manieren invloed hebben op de flipped classroom: het risico dat lerenden verwerkingsopdrachten laten uitvoeren door AI-toepassingen, en de mogelijkheid dat AI juist ondersteuning biedt bij voorbereiding en formatieve toetsing, mits doordacht ingezet. Een zorgvuldige implementatie is, net als bij het concept van de flipped classroom in hert algemeen, zoals onderzoek laat zien- voorwaardelijk: lerenden moeten zich bewust zijn van het risico dat het leerproces wordt ‘uitbesteed’, terwijl verstandig AI-gebruik –bijvoorbeeld bij het genereren van ideeën of feedback– het leren kan versterken.
Wat in (de samenvatting van) het onderzoek ook onderbelicht blijft, is hoe docenten begeleiding precies vormgeven; dat blijft impliciet.
Het concept van de flipped classroom is al met al een didactisch concept waarvan de effectiviteit sterk afhangt van ontwerpkeuzes, van consequente uitvoering en, sinds kort, van de manier waarop generatieve AI daarin een plek krijgt.
Lees het hele
artikel