Impressie conferentie Instructure (van Canvas)
Phil Hill volgt de ontwikkelingen van digitale leeromgevingen al jaren op de voet. Op zijn weblog heeft hij tijdens mijn vakantie drie verslagen geplaatst van recente conferenties van ontwikkelaars van leermanagementsystemen (die het hart vormen van de DLO). In deze blogpost vat ik het verslag van de conferentie van Instructure (de ontwikkelaar van Canvas) samen omdat ik momenteel nauw betrokken ben bij twee implementaties van dit LMS.
De andere verslagen hebben betrekking op de gebruikersconferentie van D2L (van Brightspace) en van BlackBoard.
InstructureCon vond volgens Hill dit jaar plaats onder het thema “Education in the Making”, niet heel lang na de spraakmakende hack waarbij Canvas-data van gebruikers in handen van criminelen zijn gekomen. Instructure heeft uiteindelijk geld betaald om te voorkomen dat deze data gedeeld zouden worden. Tijdens deze conferentie moest Instructure laten zien hoe ze met vertrouwen omgaan. Volgens Phil Hill heeft Instructure de crisiscommunicatie tijdens de gebruikersconferentie goed heeft opgepakt, maar werd ook duidelijk dat de ontwikkeling van het LMS Canvas achterblijft.
Hill schreef in mei kritisch over de manier waarop Instructure destijds omging met het beveiligingsincident: er was geen verantwoordelijke bestuurder, technische briefings kwamen over als juridisch dichtgetimmerd, en er was weinig aandacht voor de gevolgen voor het onderwijsproces zelf. Tijdens de conferentie werd dat beeld volgens hem overtuigend bijgesteld. Het incident kreeg een eigen plek in de openingskeynote, er was een apart programmaonderdeel de volgende ochtend, en diverse sessies gingen over beveiliging en privacy (waaronder een paneel geleid door een CIO van een onderwijsinstelling). Volgens de auteur was er geen sprake van een defensieve houding; de organisatie erkende de onrust in plaats van die te managen.
Instructure meldde tijdens de conferentie sindsdien met meer dan 365 instellingen te hebben gesproken, in ongeveer 500 gesprekken. De belangrijkste wens die daaruit naar voren kwam, was toegang tot het cijferregister tijdens uitval. Daarnaast was betere communicatie een belangrijke wens, zowel vanuit Instructure zelf als richting docenten en lerenden. Chief Architect Zach Pendleton lichtte de technische aanpak toe: er is gezorgd voor een verkleind aanvalsoppervlak (het minimaliseren van de kwetsbare punten in het systeem), sterkere identiteitscontroles via een extra authenticatielaag boven de bestaande single sign-on, en snellere detectie. Op het gebied van continuïteit komen er bulkexports van cijferregisters voor beheerders, zonder dat een upgrade nodig is, gevolgd door exports van deelnemerslijsten zodat instellingen hun eigen lerenden kunnen bereiken als Canvas niet bereikbaar is. Verdergaande opties, zoals alleen-lezentoegang tijdens storingen en een eigen uitwijkomgeving voor klanten, zijn volgens Hill nog niet toegezegd.
Op bestuurlijk niveau constateert Hill zowel verandering als continuïteit. Instructure introduceert een gecombineerde functie van chief product en technology officer omdat productontwikkeling en technologie volgens de organisatie niet langer los van elkaar aangestuurd kunnen worden. De huidige CTO vertrekt, de chief architect neemt tijdelijk die rol waar, en de chief product officer gaat een nieuwe organisatie Foundry leiden zodra de nieuwe functionaris is aangesteld. Phil Hill merkt ook een verschil op met een eerder incident: na een inbraak via Salesforce in 2025 -dat Instructure indirect raakte- volgde een beveiligingsaudit met een plan van achttien maanden, terwijl na het incident van dit jaar de bekende problemen binnen acht weken werden opgelost. Volgens Hill zegt dat verschil meer over bestuurlijke keuzes dan over beschikbare middelen.
Op het gebied van productontwikkeling bleven aankondigingen tijdens de gebruikersconferentie volgens de auteur schaars. IgniteAI Agent, dat in maart werd uitgebracht, krijgt uitbreidingen: tweerichtingsondersteuning voor het Model Context Protocol, waarmee instellingen eigen agents kunnen laten samenwerken met Canvas, bestandsupload waarmee bijvoorbeeld een foto van een whiteboard wordt omgezet in cursusmateriaal, en een promptbouwer voor veelvoorkomende taken. De aangekondigde overstap van gratis naar betaald gebruik van de agent is een maand uitgesteld en valt nu onder een nieuwe tarievenstructuur. Net als bij andere systemen, gaat Instructure bij Canvas ook werken met verschillende versies: hoe meer AI-mogelijkheden je wilt gebruiken, des te hoger de licentiekosten voor het LMS. Dit heeft uiteraard alles te maken met de kosten die aan het gebruik van AI-functionaliteiten verbonden zijn. Verder werden onder meer studietools op basis van AI, een vernieuwd dashboard voor lerenden, en een herziene versie van wat eerst “LLM Assignments” heette en nu “Knowledge Chats” wordt genoemd, gepresenteerd. Die laatste functie is omgebouwd van een meer complexe AI-beoordeelde toetsvorm naar een laagdrempelige toetsing zonder cijfer, gebaseerd op cursusinhoud.
Rond het partnerplatform meldt Hill een striktere koers: Instructure verplicht partners om eigen AI-functionaliteit te vermelden in een portal. Ook faseren zij LTI 1.1 uit voor eigen integraties voor het einde van het jaar, en vraagt men partners dit vrijwillig te volgen. Tegelijk stelt Hill vast dat Instructure zijn partnerecosysteem commercieel steviger aanpakt, met hogere kosten voor deelname aan de conferentie en betaalde toegang tot API’s. Hij vergelijkt deze koers met de positie die Blackboard innam in de jaren 2000, tegenover de meer open opstelling waarmee Canvas destijds marktaandeel won.
Het belangrijkste nieuws was volgens de auteur niet productgerelateerd, maar structureel: Instructure heeft Foundry opgericht. Dat is een zelfstandige organisatie met eigen financiering, gericht op aanpalende markten. Het eerste project van Foundry heet Athena. Dat is een AI-tutor die weliswaar koppelt met Canvas maar er los van functioneert en een langetermijnbeeld opbouwt van wat een lerende daadwerkelijk beheerst. Athena start dit najaar als beta bij een community college in Mississippi, met een beoogde algemene beschikbaarheid begin 2027. Instructure verkoopt Athena als apart onderdeel, niet als functionaliteit van Canvas.
Mijn opmerkingen
Ik ben op dit moment als projectleider betrokken bij de implementatie van Canvas bij twee mbo-instellingen, maar ik heb verder geen belangen bij Canvas. Ik ben eerder projectleider geweest van de implementatie van Moodle en itslearning (ik heb ook ervaring met BlackBoard de Brightspace, als is die ervaring van een tijd geleden). Vanuit mijn rol als projectleider vind ik het conferentieverslag van Phil Hill echter interessant.
Het is goed om te zien dat Instructure investeert in (het herstellen van) vertrouwen en in de verbeterde beveiliging van het systeem. Dankzij AI wordt het makkelijker om systemen te hacken. Ik verwacht dat steeds meer systemen -ook specifieke en minder intensief gebruikte systemen als Canvas- slachtoffer zullen worden van hack-pogingen. Cybersecurity zal de hoogste prioriteit moeten hebben, van leveranciers en onderwijsinstellingen.
Verder zie je dat AI-technologie in toenemende mate geïntegreerd zal worden binnen een bestaande leertechnologieën. Instructure gaat daar best ver mee met IgniteAI. Tegelijkertijd heeft dit gevolgen voor de kosten. Ik vrees dat de verdere integratie van AI-technologie binnen de digitale leeromgeving onderwijsinstellingen verder op kosten zal jagen. Het is belangrijk om goed na te denken over de meerwaarde van de beschikbare AI-functionaliteiten voor de instelling (o.a. strategie digitale transformatie, onderwijsvisie), het onderwijs (primaire en ondersteunende processen), voor docenten en voor lerenden.
Je zult als onderwijsinstelling ook eerst de gelegenheid moeten hebben om deze meerwaarde te ervaren, voordat je beslist om een duurdere versie van -in dit geval- Canvas te nemen. Want het beschikbaar stellen van meer AI-functionaliteiten betekent nog niet dat deze functionaliteiten ook gebruikt zullen worden. Denk dus goed na over de ingebruikname (o.a. professionalisering en ondersteuning gebruikers). En als je besluit om weer over te stappen naar een goedkopere versie van je LMS met minder AI-functionaliteit, omdat het gebruik van deze functionaliteit achter blijft bij de verwachtingen, dan is dat erg vervelend voor de beperkte groep gebruikers die deze geavanceerde AI-functionaliteiten wel toepast.
De opkomst van Foundry vind ik om twee redenen opvallend. Op de eerste plaats kent Instructure, zoals Phil Hill ook schrijft, een partnerecosysteem. Onderwijsinstellingen kunnen gebruik maken van applicaties van andere organisaties die op een prima manier met Canvas (en andere LMS-en) geïntegreerd kunnen worden. Je kunt bijvoorbeeld tooling van Feedback Fruits of Portflow van Drieam integreren met Canvas. Op deze manier ontstaat een krachtige en innovatieve digitale leeromgeving. Canvas start nu een eigen apart bedrijf dat innovatieve (AI-gedreven) tools en projecten gaat ontwikkelen die met Canvas geïntegreerd gaan worden. Ik vermoed omdat ze hier commercieel succes van verwachten. De tweede reden, dat ik de initiatie van Foundry opvallend vind, is dat deze ontwikkeling er m.i. ook toe zal leiden dat Instructure scherp gaat nadenken over waartoe Canvas ‘op aarde is’. Canvas is zoals gezegd een LMS dat je tot een digitale leeromgeving kunt uitbouwen dankzij de integratie met andere applicaties. Het kan best zij dat Instructure zich met Canvas beperkt tot specifieke functionaliteiten zoals het ontsluiten van leermaterialen en leeractiviteiten zoals opdrachten. Als je als onderwijsinstelling meer ambities hebt met het gebruik van leertechnologie ten behoeve van bijvoorbeeld blended learning of een leven lang ontwikkelen, dan zul je waarschijnlijk aanvullende applicaties moeten aanschaffen. Je hebt daarbij steeds meer keuzemogelijkheden. Uiteraard hang hier ook een prijskaartje aan.
Lees het hele
artikel