Kunnen mensen wel succesvol multitasken?
Als mensen meerdere taken tegelijkertijd proberen uit te voeren, dan gaat dat ten koste van de kwaliteit van de uitvoering van die taken. Dat hebben onderzoekers aangetoond. Tenminste: tot nu toe. Onderzoekers van Georgetown University hebben ontdekt dat het brein zich fysiek reorganiseert wanneer een vaardigheid intensief wordt getraind. Zij nuanceren de aanname dat mensen niet echt kunnen multitasken.
Foto: geralt, Pixabay
Volgens het artikel op ScienceDaily lieten de onderzoekers deelnemers gedurende vijf tot tien weken meer dan 30.000 sorteertaken uitvoeren via een smartphone-app. De taak bestond uit het categoriseren van bewerkte afbeeldingen van auto’s op basis van subtiele visuele verschillen. Voor en na deze trainingsperiode werden de hersenen van de deelnemers onderzocht met fMRI- en EEG-scans.
Uit de scans blijkt dat de sorteertaak in het begin van de training vooral de prefrontale cortex activeerde, het hersengebied dat verantwoordelijk is voor planning, redeneren en bewuste besluitvorming. Omdat dit gebied doorgaans maar één taak tegelijk goed kan verwerken, wordt het al langer gezien als een belangrijke beperking voor multitasken. Na weken van oefening verschoof de activiteit naar de temporale cortex. Dat is het deel van ons brein dat betrokken is bij geheugen en het herkennen van complexe objecten. Volgens eerste auteur Patrick Cox laat het longitudinale karakter van het onderzoek zien dat training daadwerkelijk een nieuw, categorie-specifiek gebied in de temporale cortex aanlegt, terwijl eerdere studies dit gebied alleen bij al ervaren waarnemers aantroffen.
De onderzoekers stellen dat informatie vanuit dit nieuwe gebied in de temporale cortex de prefrontale cortex kan omzeilen en rechtstreeks naar de hersengebieden gaat die reacties aansturen. Volgens onderzoeker Maximilian Riesenhuber blijft de prefrontale cortex daardoor vrij voor andere taken, wat de capaciteit van het brein vergroot. Hoe meer de sorteertaak op deze manier werd “uitbesteed” aan de temporale cortex, hoe beter deelnemers presteerden op een tweede taak die ze gelijktijdig uitvoerden. Dat resultaat wijkt af van de gangbare opvatting dat mensen niet echt multitasken, maar simpelweg razendsnel schakelen tussen taken waardoor de indruk van gelijktijdigheid ontstaat.
Het onderzoek biedt volgens de auteurs ook inzicht in de werking van gewoontes. Omdat goed ingesleten gedrag verschuift naar hersencircuits die minder afhankelijk zijn van bewuste controle, is het volgens Riesenhuber niet voldoende om simpelweg aan iets anders te denken om een ongewenste gewoonte te doorbreken. Cox noemt als praktijkvoorbeeld een radioloog die na jaren training een massa op een röntgenbeeld vrij automatisch als goed- of kwaadaardig kan beoordelen, zonder uitgebreide bewuste afweging. De onderzoekers verbinden hun bevindingen ook aan de beperkingen van huidige AI-systemen: waar het menselijk brein bestaande kennis blijkbaar kan gebruiken als basis voor nieuwe vaardigheden zonder eerdere kennis te verstoren, hebben AI-systemen daar volgens de auteurs nog moeite mee. Vervolgonderzoek moet uitwijzen welke signalen ervoor zorgen dat leren van het ene naar het andere hersengebied verschuift, en welke soorten taken zich lenen voor deze vorm van parallelle uitvoering. Cox illustreert dit met het verschil tussen lopen en kauwgom kauwen, dat wél goed samengaat, en appen tijdens het autorijden, dat volgens hem onveilig blijft omdat de blik van de weg af moet.
Mijn opmerkingen
Dit is op zich een interessant onderzoek. De onderzoekers concluderen dat de hersenen, met voldoende ervaring, bepaalde activiteiten tegelijkertijd kunnen uitvoeren in plaats van alleen maar snel tussen die activiteiten te schakelen. De uitvoering van taken verschuift van de prefrontale cortex naar gespecialiseerde hersencircuits.
Overigens zegt dit nog niets over de kwaliteit van de uitvoering. Een belangrijke opmerking is ook dat we meer moeten weten over welke typen taken zo goed kunnen worden aangeleerd dat ze parallel kunnen worden uitgevoerd. Er zijn taken die door veel oefening zodanig kunnen inslijten dat je ze in combinatie met andere taken kunt uitoefenen. Maar er zijn ook (cognitief complexe?) taken die je niet samen met andere taken kunt uitvoeren. Je kunt dus waarschijnlijk wel een gesprek over koetjes en kalfjes voeren terwijl je auto rijdt, maar geen ingewikkeld gesprek over de aanpak van een complex probleem.
Als je weinig ervaring hebt met een taak, is multitasking zeker ook niet aan te raden. Dat is bij veel lerenden het geval. Verder is het van belang dat je rekening houdt met de onderzoeksopzet. Het onderzoek betreft één vrij specifieke, visuele sorteertaak die duizenden keren is herhaald; het is niet vanzelfsprekend dat complexere, contextrijke beroepsvaardigheden op dezelfde manier automatiseren. Ook zegt het onderzoek niets over hoeveel training nodig is voordat een vaardigheid daadwerkelijk verschuift naar de temporale cortex, terwijl dat in de praktijk van opleiden een belangrijke vraag is.
Wel nuanceert dit onderzoek de aanname dat mensen niet in staat zijn om te multitasken.
Lees het hele
artikel