Drie meta-analyses over het concept van de flipped classroom en leerresultaten
Publicaties over de invloed van AI op het leren en leerresultaten domineren momenteel onmiskenbaar de ‘edublogsphere’. Gelukkig is er ook aandacht voor andere onderwerpen. Megan Sumeracki bespreekt in “Flipped Classrooms and Academic Achievement” voor The Learning Scientists bijvoorbeeld drie meta-studies over het concept van de flipped classrooms in relatie tot leerprestaties en betrokkenheid van lerenden.
Sumeracki gaat komend najaar samen met een collega een cursus Sociale Cognitie verzorgen volgens het flipped classroom-model. Bij dit concept maken lerenden thuis kennis met de leerstof, waarna de les zelf wordt gebruikt voor verwerking: discussie, groepswerk en het toepassen van kennis in plaats van klassikale uitleg. Volgens Sumeracki bestaan er veel varianten van dit model, en leverden gesprekken met haar collega over de beste aanpak voor hun cursus de aanleiding om drie recente meta-analyses over het onderwerp te bespreken.
De eerste, van Bredow, Roehling, Knorp en Sweet (Hope College, 2021), analyseerde 317 studies met in totaal ruim 51.000 studenten in het hoger onderwijs, verdeeld over een flipped-classroomconditie (circa 26.000) en een conditie met traditioneel, hoorcollege-gebaseerd onderwijs (circa 25.000). Er werden alleen studies meegenomen waarin dezelfde docent zowel de flipped als de traditionele conditie verzorgde, om andere verklaringen voor verschillen uit te sluiten. De analyse laat een grotere leeropbrengst zien bij flipped classrooms dan bij traditioneel onderwijs, en verder positieve effecten op intra- en interpersoonlijke vaardigheden, metacognitieve vaardigheden, zelfvertrouwen, betrokkenheid en algemene tevredenheid van studenten. Sumeracki merkt op dat een deel van deze effecten klein was, maar wel statistisch significant.
De tweede meta-analyse, van Turan (2023), richtte zich specifiek op bètaonderwijs: biologie, scheikunde, natuurkunde en algemene wetenschapsvakken. Ook hier wordt een positief effect van flipped classrooms op leerprestaties gerapporteerd. Tegelijk signaleert Turan een hogere werkdruk, zowel voor lerenden als voor docenten, als neveneffect van deze aanpak.
De derde bron, een systematische review van Zou, Luo, Xie en Hwang (2022), onderzocht flipped classrooms binnen het taalonderwijs. De auteurs concluderen dat deze aanpak kan bijdragen aan betere leerprestaties, meer zelfregulatie en meer zelfvertrouwen bij lerenden. Deze review beschrijft daarnaast de gebruikte leeractiviteiten en technologische hulpmiddelen in het onderliggende onderzoek, en biedt zo een breder beeld dan alleen de effecten op leerprestaties.
Sumeracki plaatst bij deze drie analyses een kanttekening over de onderzoeksperiode. Alle drie de publicaties zijn na de coronapandemie verschenen, maar de onderliggende data is grotendeels afkomstig uit onderzoek tussen 2013 en 2019. Dus van vóór de pandemie. Volgens haar is dat relevant, omdat het online en blended onderwijs tijdens de coronapandemie vooral noodoplossingen waren en geen weerspiegeling van doordacht, op onderzoek gebaseerd blended onderwijs. Ze concludeert dat het flipped classroom-model een haalbare manier lijkt om leerprestaties te verbeteren, en dat lerenden deze aanpak doorgaans waarderen.
Mijn opmerkingen
De drie meta-analyses die Sumeracki aanhaalt, bevestigen een beeld dat ook in ander onderzoek naar blended en flipped leren regelmatig terugkomt: de aanpak werkt niet vanzelf, maar de combinatie van voorbereiding vooraf en actieve verwerking in de les kan wel degelijk effect hebben op leerresultaten en motivatie. Waardevol aan de studie van Bredow en collega’s is de strikte opzet, waarbij dezelfde docent beide varianten verzorgde. Dat maakt de vergelijking eerlijker dan in veel ander onderzoek naar onderwijsvormen, waarin verschillen in docentkwaliteit een grote rol kunnen spelen. Deze studie heb ik trouwens in 2021 al besproken.
Ik heb overigens de indruk -bewijzen kan ik het niet- dat de scepsis ten aanzien van blended en oline onderwijs sinds de Corona-periode is toegenomen, dankzij de ervaringen met ‘remote emergency teaching‘ van destijds. De kanttekening over de onderzoeksperiode is dan ook terecht. Het ‘hybride’ onderwijs dat onderwijsinstellingen tijdens de coronapandemie inrichtten, was vaak weinig doordacht en stond onder grote tijdsdruk. Het is dan ook onverstandig om ervaringen uit die periode te gebruiken als argument tegen (of vóór) flipped classrooms; de aangehaalde meta-analyses gaan over een zorgvuldiger vormgegeven variant van blended onderwijs.
Dat laat onverlet dat je goed moet nadenken over welk model van blended learning je wilt toepassen -de flipped classroom is er één van- en hoe je dit model vorm wilt geven. Check bijvoorbeeld dit stappenplan (met veel verwijzingen naar handige bronnen).
Het is belangrijk om de verschillende onderdelen van blended learning of het flipped classroom model zorgvuldig op elkaar af te stemmen zodat ze elkaar versterken. Blended learning kan goed werken: effectief, efficiënt, prettig en flexibel. Dit lukt alleen als het ontwerp goed doordacht is en gebaseerd is op bewezen didactische richtlijnen. Denk bijvoorbeeld goed na wat lerenden online doen, en wat op locaties. En denk na over hoe je kunt bevorderen dat lerenden zich ook daadwerkelijk online voorbereiden of de sessies op locatie online verwerken. Besteed bijvoorbeeld ook aandacht aan zelfregulering. Denk na hoe fysiek onderwijs, asynchroon online leren en synchroon online leren elkaar kunnen versterken. Kijk naar de eigenschappen van deze drie vormen: wat werkt goed en wat werkt minder goed. Op basis daarvan maak je keuzes voor het ontwerp.
Al met al bevestigt dit overzicht van de drie meta-studies dat het flipped classroom-model een bruikbare, onderbouwde aanpak kan zijn, mits zorgvuldig voorbereid. Dit was al ten tijde van de besproken meta-studies het geval, en dat is nu nog steeds zo.
Nota bene: zie ook Geeft generatieve AI een impuls aan het concept van de flipped classroom?
Lees het hele
artikel