Bloggers

Een overzicht van blogs geschreven door aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van Wilfred Rubens (redactie) | 05-06-2026 | Article Rating | (0) reacties

Landelijk Duits onderzoek laat zien dat studenten gemengde gevoelens hebben over schrijven met behulp van AI

De meeste studenten in Duitsland gebruiken AI-tools bij academisch schrijven. Toch is ambivalentie geen vreemd fenomeen als het gaat om hun houdingen en gedrag. Dat blijkt uit het rapport “Manchmal muss ich mich aktiv zum selbst denken motivieren” van de Goethe Universiteit Frankfurt.

Hier is de afbeelding van ChatGPT vermomd als typemachine, die content genereert in een gezellige, vintage studeerkamer.De onderzoekers hebben hiervoor in 2025 onderzoek uitgevoerd bij een steekproef van 4.048 studenten aan Duitse universiteiten en hogescholen.

Volgens het rapport gebruikt 89,2% van de bevraagde studenten AI-tools bij academisch schrijven. Meest gebruikte tools zijn ChatGPT en AI-vertaaltools, vaak in combinatie. AI wordt ingezet tijdens alle fasen van het schrijfproces: bij de oriëntatie op een onderwerp, bij het formuleren van een onderzoeksvraag en opbouw van de tekst, bij het begrijpen van begrippen en bij het taalkundig reviseren. Twee derde van de bevraagden zet AI in tijdens de beginfasen van het schrijfproces. Een kleiner deel -telkens ongeveer een derde- gebruikt AI ook voor het lezen van onderzoeksliteratuur, het daadwerkelijk schrijven van tekst en het inhoudelijk reviseren.

De onderzoekers maken onderscheid tussen drie rollen die AI in dit verband kan spelen (ontleend aan Steinhoff & Lehnen, 2025):

  • Als Ghost (de taak wordt volledig overgedragen).
  • Als Partner (AI-output wordt bewerkt en gecontroleerd).
  • Als Tutor (AI geeft methodische begeleiding).

Volgens het rapport worden de Ghost- en Partnerrollen vaker gebruikt dan de Tutorrol. Bij het lezen van onderzoeksliteratuur domineert de Ghostrol: 19% van alle bevraagden laat AI samenvattingen genereren die zij in de plaats van de originele teksten lezen. Bij het schrijven zelf is de Partnerrol het meest vertegenwoordigd, gevolgd door de Ghostrol.

Studenten die AI gebruiken, zien AI vooral als een samenwerkingspartner of als begeleider. Slechts 12,6% beschouwt AI als ghostwriter die het schrijfwerk overneemt. De meeste AI-gebruikers schatten hun eigen aandeel in de tekst groter in dan dat van AI. Bij 9,8% is dat andersom: zij geven aan dat AI meer heeft bijgedragen dan zijzelf.

De onderzoekers signaleren de volgende de redenen voor AI-gebruik: het besparen van tijd en inspanning scoort het hoogst (72,5%), gevolgd door het verbeteren van schrijfkwaliteit (66,5%) en het verbreden van perspectieven en kennis (62,6%). Studenten zien AI dus niet louter als tijdbesparend hulpmiddel, maar ook als manier om hun teksten kwalitatief te versterken.

Tegelijk rapporteert het rapport brede ambivalentie. Ruim 62% beschouwt AI als nuttig en kwalitatief geschikt voor het academisch schrijven, maar 57,5% is zich bewust van de inhoudelijke onbetrouwbaarheid van AI. Ruim de helft geeft aan bij AI-gebruik het gevoel te hebben minder zelf gepresteerd te hebben. En 45,5% maakt zich zorgen over de reductie van kritisch denken. Die zorgen worden ook zichtbaar in de vrije antwoorden, waar studenten beschrijven dat ze merken dat ze zich slechter het via AI verworven weten herinneren en vatbaarder worden voor het kritiekloos overnemen van AI-gegenereerde inhoud.

Een centrale hypothese van het rapport is dat studenten met grote academische schrijfvaardigheid AI meer beperkt en verantwoordelijker inzetten. Die hypothese wordt door de data grotendeels ondersteund, zij het met nuances. Studenten die schrijven als zinvolle leeractiviteit beschouwen en zich als verantwoordelijke auteurs identificeren, zetten AI minder in voor de inhoudelijke kerntaken van het schrijfproces. Externe druk — tijdsdruk, cijferdruk, moeite met schrijven — bevordert het AI-gebruik. Slechts 18% van de bevraagden slaagt er volgens het rapport in AI verantwoordelijk in te zetten; 72% laat zich door externe omstandigheden verleiden tot gebruik waarbij de eigen inbreng ter discussie staat. 10% gebruikt AI helemaal niet.

Mijn opmerkingen

Dit rapport is vooral waardevol omdat het een landelijk onderzoek betreft, met een behoorlijk grote steekproef. Kun je de resultaten vertalen naar de Nederlandse context? Dat is speculeren. Interessant is ook de uitsplitsing naar deeltaken en AI-rollen bij schrijven. Verder vallen mij de zorgen van studenten op als het gaat om echt leren en kritisch denken. Maar ja: als matig drinker weet ik ook dat alcohol slecht voor me is, en dat ik voor de gezondheid eigenlijk zou moeten stoppen met het drinken van een koele Paulaner bij Café Jos op een zonnig terras, het drinken van een geurige herstbok op een gezellige avond in oktober of met het drinken van een soepele Verdecchio bij die fantastische pasta.

Wat me verder opvalt, is dat de Ghostrol bij het lezen van onderzoeksliteratuur relatief groot is: een op de vijf studenten laat AI samenvattingen maken in plaats van de originele teksten te lezen. Dat is een wezenlijk ander onderwerp dan het inzetten van AI als schrijfhulp. Het is echter de vraag wat studenten hiermee doen. Ik laat Claude vaak samenvattingen maken. Ik check opvallende bevindingen door uitspraken in de originele tekst op te zoeken of door Google Notebook LM vragen te stellen over de tekst. Voordat ik generatieve AI-toepassingen gebruikte las ik uitgebreide teksten overigens ook selectief. Het is mij niet duidelijk wat de Duitse studenten met de samenvattingen doen.

Opvallend is ook de kloof tussen zelfperceptie en daadwerkelijk gedrag. Studenten omschrijven hun AI-gebruik overwegend als partner-rol, terwijl de feitelijke ghost-rol aanzienlijk groter is. Je ziet vaker dat zelfrapportages verschillen van daadwerkelijk gedrag. Tegelijkertijd heb je als onderzoeker niet altijd de mogelijkheden om gedrag daadwerkelijk te monitoren, zeker niet bij grote aantallen respondenten. Je kun je ook afvragen: praten studenten over AI-gebruik in termen die ze sociaal wenselijk achten?

Voor docenten en onderwijsontwikkelaars biedt het rapport een nuttige aanleiding om na te denken over de relatie tussen schrijfopdrachten, toetsdruk en AI-gebruik. De bevinding dat externe druk een sterkere voorspeller van AI-gebruik is dan intrinsieke schrijfmotivatie, wijst m.i. ook op de noodzaak om toetsvormen aan te passen. Tenslotte is dit rapport wat mij betreft ook een onderbouwing van pleidooien voor het investeren in AI-fluency.

Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie

Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie.


Lees het hele artikel


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in:

Agenda

Er zijn geen aankomende agendaitems.
Meer events