Bloggers

Een overzicht van blogs geschreven door aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van Wilfred Rubens (redactie) | 21-05-2026 | Article Rating | (0) reacties

CvI-conferentie Expect the unexpected, impressie dag 1

Gisteren en vandaag neem ik deel aan de jaarlijkse conferentie van het Consortium voor Innovatie. Ik schrijf van elke dag een uitgebreide impressie. Dit is mijn verslag van dag 1.

cvI conferentieDe CvI-conferentie wordt al vele jaren georganiseerd voor en door het middelbaar beroepsonderwijs. Kennis delen via interactieve sessies, keynotes en MBO Talks staat centraal. Je kon dit jaar ook zogenaamde sporen volgen. Ik heb het spoor AI en data gevolgd.
Dit keer zijn we met zo’n 1200 personen te gast in Groningen. Studenten van het samenwerkingsverband van mbo-instellingen in deze regio, DNA, zorgen voor zaken als de ontvangst en de IT.

Tijdens de opening van Dé CVI-conferentie stond de positie van het mbo in een veranderende arbeidsmarkt en samenleving centraal. Kim Putters, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) en winnaar van de Comeniusprijs 2024, opende met een betoog in drie delen. Daarna kozen deelnemers — via een koptelefoon — tussen twee parallelle bijdragen: futurist en socioloog Tessa Cramer of een theaterfragment van acteur en mbo-docent Mahfoud Mokaddem.

Keynote Kim Putters

De wereld van het mbo is een wereld waarin gemaakt wordt, zo begon Putters zijn betoog. Wie bouwt de machines van ASML, en wie zorgt voor het onderhoud? Dat zijn mbo-ers. Zonder mbo-vakmanschap geen ASML, en dat geldt voor vrijwel elke sector van de Nederlandse economie. Het mbo is het fundament, maar het hardnekkige beeld dat mbo-onderwijs minder zou zijn dan andere opleidingsniveaus bestaat nog steeds. Gelukkig kantelt dat beeld, want het klopt niet. Mbo-ers hebben verhoudingsgewijs heel vaak een baan, ook vergeleken met bijvoorbeeld universitair geschoolden. Zichtbaarheid speelt daarin een rol. Putters wees op het effect van positieve erkenning: toen oud-minister Robert Dijkgraaf lovend sprak over het mbo, groeide de trots van mbo-ers merkbaar.

Het tweede deel van Putters’ betoog ging over de kwaliteit van vakopleidingen. De koppeling tussen leren en werken is van grote waarde -ook voor innovatie- en het mbo is daar van oudsher sterk in. De kruisbestuiving tussen het mbo en het bedrijfsleven kan echter nog veel zichtbaarder worden gemaakt. Professionalisering van docenten is daarin een sleutelfactor. Docenten zijn de spil van kwaliteit, en investeren in hun ontwikkeling is investeren in innovatie en kwaliteit van onderwijs.

AI speelt ook een steeds grotere rol. Putters riep op om de zorgen over AI niet de overhand te laten krijgen. AI kan de vakman juist versterken, mits mensen ermee kunnen werken en het kunnen corrigeren waar nodig. AI verandert het onderwijs zelf, onder meer door vroegtijdig te signaleren waar studenten vastlopen. Tegelijk levert AI-gebruik tijd op die elders ingezet kan worden. Dat vraagt echter  ook om investeringen. Putters stelde dat elke technologische innovatie ook een sociale innovatie vereist.

Hij plaatste die observatie in een bredere context. Het onderwijs wil maatschappelijke problemen aanpakken -van laaggeletterdheid tot innovatie van arbeid- maar is daarvoor niet als enige verantwoordelijk. Andere actoren spelen evenzeer een rol. In de praktijk komt die verantwoordelijkheid echter eenzijdig bij het onderwijs terecht. Putters pleitte ervoor dat mbo-instellingen de regierol pakken in een regionaal leernetwerk, in plaats van alleen als uitvoerder te fungeren. Samenwerking is er al, maar is voor verbetering vatbaar. Daarmee doelde hij ook op regeldruk: instellingen die willen vernieuwen, moeten niet alleen kijken naar externe regels, maar ook naar de regels die zij zichzelf hebben opgelegd.

In het derde deel benoemde Putters de bredere opdracht van het mbo. Er bestaat druk om studenten zo snel mogelijk op te leiden voor de arbeidsmarkt. Maar het mbo heeft ook de taak mensen te vormen als mens, niet alleen als vakmens. Een installateur moet niet alleen een warmtepomp kunnen installeren, maar ook kunnen inspelen op onverwachte situaties. Wendbaarheid is een kerncompetentie, voor studenten én voor professionals. Socialisatie en persoonsvorming zijn daarin minstens zo belangrijk als kwalificeren.

Dat maakt een leven lang ontwikkelen volgens hem onmisbaar. De SER pleit ervoor dat dit een wettelijke taak wordt, ook voor het mbo. Als publieke instellingen zich daar niet actief mee bezighouden, zullen bepaalde doelgroepen buiten de boot vallen. Putters sloot zijn betoog krachtig af: zonder het mbo stokt de energietransitie, en stoppen tal van andere noodzakelijke innovaties. De toekomst van Nederland ligt in de handen van de vakmensen die het mbo opleidt.

Tessa Cramer: verwondering als vertrekpunt

Na Putters’ opening kozen deelnemers via een koptelefoon tussen twee bijdragen. Mahfoud Mokaddem, acteur en mbo-docent, speelde een fragment uit de theatervoorstelling MOED: over een docent die zijn studenten begrijpt, maar nauwelijks voet aan de grond krijgt in het onderwijssysteem. De andere optie was een bijdrage van Tessa Cramer, futurist, socioloog en lector Designing the Future. Zij richt zich op innovatieve mindsetvorming. Ik heb gekozen voor haar bijdrage.

Cramer stelde de vraag hoe je je als mens tot de toekomst verhoudt, zeker als studenten moeite hebben om zich in de huidige samenleving staande te houden. Ze verwees naar het noodpakket van de overheid als metafoor: de overheid heeft er een, maar heb jij zelf ook een noodpakket? En zitten daar ‘veranderskills’ in? Creativiteit en het vermogen om op een andere manier te denken zijn daarvoor nodig.

Cramer introduceerde verwondering als een concrete ingang. Verwondering opent iets nieuws; naar jezelf en naar de wereld om je heen. Ze waarschuwde tegelijk dat aannames het zicht belemmeren. Onze wereld bestaat voor een groot deel uit aannames, en taal speelt daarin een centrale rol. De manier waarop je over studenten spreekt, bepaalt mede hoe je hen ziet en benadert. De toekomst is zo rijk of arm als de mensen die haar vormgeven.

Cramer verbond dat aan de omgang met moedeloosheid, die mede wordt gevoed door hoe we over elkaar spreken. Ze stelde voor te leren van kunstenaars, die gewend zijn om buiten gebaande paden te denken. Een eerste stap is eenvoudig: begin met de vraag hoe je naar de wereld kijkt en welke rol je daarin speelt. Maak je eigen aannames expliciet. Durf je eigen wereldbeeld onder ogen te zien.

Ze wees ook op de verhouding tot AI. Veel mensen gebruiken AI al als coach of stuurmens. Alsof ze verlangen naar een alwetende ander. Terwijl mensen zelf ook veel weten. Verwondering is bovendien op veel plaatsen te vinden: in experimenten, in gesprekken, zelfs in het doorscrollen van je eigen foto’s en je bij een beeld bewust afvragen wat je raakt.

Geef je over aan wat je nog niet kent, stelde zij. Wie wil veranderen, moet de eigen ‘sweet spot’ zoeken; het productieve ongemak dat groei mogelijk maakt. Ga onzekerheid aan, want daar valt het meeste van te leren.

De opening werd afgesloten met warme woorden voor Addy de Zeeuw, voor wie dit de laatste CVI-conferentie als organisator was. Ik ken Addy al zo’n dertig jaar. Een geweldige kerel, waar ik veel van heb geleerd.

Onderwijsleerlijn AI en de impact op toetsing

In deze sessie lieten docenten van het cluster Business van het Graafschap College zien hoe zij werken met een leerlijn AI en hoe zij parallel daaraan de toetspraktijk hebben herzien. Beide trajecten zijn bewust in samenhang opgepakt.
De aanleiding was dat na de coronaperiode de cijfergemiddelden zich herstelden, maar niet vanwege verbeterde prestaties; studenten bleken ChatGPT te gebruiken bij het maken van toetsen. Uit onderzoek bleek dat 85% van de studenten AI inzette, maar niet altijd op een doordachte manier. Dat was voor de docenten het signaal om niet te gaan controleren en verbieden, maar juist om de aanpak te herzien: AI inzetten om AI-gebruik te begeleiden. Opdrachten werden zo aangepast dat studenten AI op een verantwoorde manier konden gebruiken. Centraal daarbij stond de vraag of toetsen nog wel meten wat ze moeten meten.

De leerlijn AI is volledig door docenten ontwikkeld, uitgevoerd en geëvalueerd. Studenten krijgen het eerste halfjaar AI als apart vak, met één lesuur per week (zou meer moeten, vond men). In de lessen leren ze hoe AI werkt, onder andere via werkvormen waarbij studenten in tweetallen zinnen construeren door om beurten woorden te voorspellen, vergelijkbaar met hoe een taalmodel tekst genereert. Hoe specifieker de invoer, hoe relevanter de uitvoer: dat is een van de inzichten die studenten op die manier zelf ondervinden. Ook komen bias, privacy, ethiek en duurzaamheid aan bod. Studenten leren bijvoorbeeld dat het begroeten van een chatbot energie kost zonder toegevoegde waarde.

Naast de leerlijn hebben de docenten de toetspraktijk grondig doorgelicht. Graafschap College ontwikkelde een document over verantwoord toetsen en een zogeheten stoplicht dat toets- en examenvormen indeelt naar het risico op ongeoorloofd AI-gebruik.

toetsvormen en AI

Toetsvormen met laag risico -aangeduid als ‘AI-doordacht- zijn onder meer live beroepshandelingen met observatie, mondelinge toetsen en examens onder surveillance zonder internettoegang. Een middelhoog risico geldt voor digitaal ingeleverde beroepshandelingen, presentaties en tastbare beroepsproducten waarbij AI mogelijk bij het ontwerp is ingezet. Het hoogste risico geldt voor reflectieverslagen, beoordelingsportfolio’s en tekstuele beroepsproducten die digitaal en zonder toezicht worden ingeleverd.

Per opleiding wordt voor elke toets- en examenvorm een risicoanalyse uitgevoerd. Daarin wordt vastgelegd welk AI-gebruik is toegestaan, wat de instructies voor de student zijn en aan welke eisen het eindproduct moet voldoen. Studenten zijn ook verplicht verantwoording af te leggen over hoe zij AI hebben gebruikt. Als er twijfel bestaat of een student een tekst zelf heeft geschreven, wordt die student uitgenodigd om toelichting te geven; dat is vastgelegd in de examenregeling.

De opleiding heeft de aanpak ook geëvalueertd. Studenten blijken na de lessen minder vertrouwen te hebben in AI dan ervoor, wat de docenten als een leereffect beschouwen. Tegelijkertijd geeft één op de drie studenten aan dat zij AI zouden inzetten voor toetsen als zij daar de kans toe krijgen. Een deel van de studenten is ook kritisch op het gebruik van AI door docenten zelf;  die zijn immers professionals. Sommige studenten ervaren de ontwikkelingen rondom AI ook als belastend.

De praktijk leert ook dat studenten bredere vragen stellen over de toekomst van het beroepsonderwijs: welke banen verdwijnen, welke nieuwe ontstaan, en welke bekwaamheden zijn straks werkelijk van waarde? Dat gesprek wordt in de lessen actief gevoerd. Een praktische uitdaging blijft het actueel houden van lesmateriaal: voorbeelden over bias of beperkingen van AI moeten voortdurend worden bijgesteld. De beroepspraktijk is nog niet structureel betrokken bij de leerlijn. Stagebedrijven sterk van elkaar verschillen in hun omgang met AI.

Zadkine AI Competent

In deze sessie nam Niels Laven van Zadkine de aanwezigen mee in de aanpak waarmee zijn organisatie werkt aan een AI-fitte schoolorganisatie. Laven is binnen Zadkine verantwoordelijk voor professionalisering op het gebied van AI en opereert vanuit een innovatiehub.

Hij begon met een herkenbare observatie: veel mbo-instellingen hebben een AI-beleid, maar medewerkers houden zich daar in de praktijk niet altijd aan. Dat heeft mogelijk deels te maken met timing: medewerkers gaan al aan de slag met AI voordat het beleid gereed is, en passen hun werkwijze daarna niet meer aan. Bij Zadkine speelt dit ook: officieel werkt de organisatie met Copilot, maar veel medewerkers zijn gewend aan ChatGPT. De kloof tussen beleid en praktijk is daarmee een gegeven waarmee rekening moet worden gehouden.

De urgentie om te investeren in AI-competentie is groot. Inmiddels zijn de eerste studenten afgestudeerd die tijdens hun volledige opleiding AI hebben gebruikt. Het onderwijs loopt daarin achter. Tegelijkertijd signaleerde Laven dat er veel externe aanbieders zijn die snel een training geven en daarna weer verdwijnen, zonder structurele inbedding. Zadkine kiest bewust voor een andere koers, vanuit een pedagogiek van hoge verwachtingen.

Het resultaat is een modulair professionaliseringsprogramma dat aansluit op het AI-GO-raamwerk van Npuls en de Europese AI-verordening. Het programma bestaat uit drie niveaus.

Modulair programma Zadkine

De eerste module, AI-basics, richt zich op een nulmeting, AI in context, de spelregels rond AI-gebruik en hoe je effectief communiceert met een AI-tool. Dit aanbod is grotendeels online. De tweede module, AI-explorer, gaat dieper in op ethiek, prompting en specifieke AI-tools, en wordt voornamelijk fysiek aangeboden. Een derde module, AI-expert, is nog in ontwikkeling en zal onderwerpen omvatten als het werken met AI-agents en techfilosofie.
Het programma is nadrukkelijk niet alleen voor docenten bedoeld, maar voor alle medewerkers. Er is in dit programma dus ook geen ruimte voor het doordacht gebruik van AI voor leren. Naast de hoofdmodules zijn er specials in ontwikkeling voor specifieke groepen, zoals medewerkers in marketing en communicatie of juridische zaken. Voor docenten is er ook een special over de relatie tussen AI en didactiek. Inhoudelijk komen in de leergang ook onderwerpen aan bod zoals hoe trainingsdata werkt, hoe een groot taalmodel functioneert en het maken van een persona. Een van de aandachtspunten is ook: automatiseer niet de taken die je zelf als zinvol of prettig ervaart.

De Zadkine Academy organiseert het aanbod en houdt bij wie welke modules heeft afgerond. Er zit een volgordelijkheid in het programma die via de Academy wordt bewaakt. Hoe medewerkers worden gemotiveerd om deel te nemen, is nog een open vraag: vooralsnog wordt ingezet op intrinsieke motivatie, maar Niels gaf aan dat een verplichting in de toekomst niet is uitgesloten. De ambitie is om alle 1700 medewerkers binnen een jaar de AI-basismodule te laten afronden. Aan het aanbod moet ook een microcredential worden verbonden; de vraag of bekwaamheid via een portfolio kan worden aangetoond, staat nog open.

Tijdens de sessie kwam ook naar voren dat bestuurders en directeuren dit vraagstuk nog onvoldoende actief aansturen. Dat is bij diverse mbo-instellingen een aandachtspunt, terwijl sturing van bovenaf een wezenlijk verschil maakt voor de mate waarin professionalisering organisatiebreed wordt opgepakt.

Niels sloot af met een aantal praktische lessen. Begin, in plaats van erover te blijven praten. Beperk het herschrijven van modulecontent tot wat echt noodzakelijk is. Probeer niet alles te behandelen wat indirect relevant is;  zaken als de AVG horen niet in de AI-modules thuis. En pas de inhoud van modules steeds aan als de technologie verandert, bijvoorbeeld wanneer autonoom opererende AI-systemen beschikbaar komen.

Welk AI-scenario past bij mij?

In deze workshop van ROC Mondriaan stond de vraag centraal hoe scholen kunnen bepalen welk AI-scenario het beste aansluit bij hun onderwijs, organisatie en de gewenste rol van de docent.

Het MondriAI Team bestaat uit zeven personen en werkt samen met de Mondriaan Academie en informatiemanagers. De organisatie startte met een visie die nadrukkelijk ruimte biedt aan experimenteren en aan het ontwikkelen van AI-geletterdheid. Een concreet voorbeeld van wat dat heeft opgeleverd: een applicatie die controleert of examenformulieren volledig zijn ingevuld, wat aanzienlijk tijd bespaart. Plagiaatcheckers gebruikt Mondriaan bewust niet. Ze zijn onbetrouwbaar en benadelen vooral neurodiverse studenten. hun werk wordt vaker en ten onrechte als door ‘AI gegenereerd’ beoordeeld.

De professionalisering van medewerkers begon met het opleiden van AI-coaches, op basis van het AI-GO- en DigComp-raamwerk. Die opleiding duurde drie dagen en werd verzorgd door Eerlijk AI. De AI-coaches kregen vervolgens zes blokken met materiaal waarmee zij collega’s konden professionaliseren. Elk blok duurt een half uur tot een uur, zodat het eenvoudig te koppelen is aan een lunchsessie of ander kort moment. Inmiddels heeft elke school binnen Mondriaan AI-coaches rondlopen.

Parallel hieraan ontwikkelde Mondriaan een AI-check: een tool waarmee docenten kunnen beoordelen hoe bestendig opdrachten, toetsen en examens zijn tegen AI-gebruik. Daarbij wordt ook de AI-waaier van Npuls ingezet. De achtergrond: bij vrijwel alle opleidingen leven bij docenten de verwachting dat studenten AI gebruiken bij het maken van opdrachten. De tool helpt bij het aanpassen van opdrachten in reactie daarop.

AI check toetsing

Vanuit die praktijk zijn scenario’s ontwikkeld waarmee teams kunnen bepalen waarvoor zij AI willen inzetten. Het startpunt is steeds de onderwijsvraag: wat moet AI voor ons doen? Een voorbeeld dat tijdens de workshop werd gegeven: het transcriberen van SLB-gesprekken. Omdat gesprekken vanwege de AVG niet mogen worden opgenomen, spreekt de SLB’er een geanonimiseerd verslag in, dat vervolgens wordt getranscribeerd.

Alle scenario’s zijn uitgewerkt in EduApp, een platform dat presentator Marieke van Osch heeft ontwikkeld en waarop inmiddels 75 AI-scenario’s beschikbaar zijn. De scenario’s zijn georganiseerd rond thema’s als leren over AI, leren ondersteund door AI, leren met AI, AI en leiderschap, en AI en bedrijfsvoering.

Na het kiezen van een scenario schrijft een team een AI-plan. Daarin komen vragen aan bod als: wie zijn wij en wat willen we bereiken, wie zijn de betrokkenen, wat zijn de positieve en negatieve effecten, welke waarden raken we hiermee, en welke technologie willen we gebruiken? Dat laatste punt verdient ook aandacht: docenten grijpen doorgaans terug op generatieve AI-toepassingen, terwijl er inmiddels veel meer specialistische opties beschikbaar zijn, waaronder leermiddelengeneratoren. Ook de vraag hoe een probleem nu wordt opgelost, hoort in het plan thuis.

Vervolgens worden AI-pilots uitgevoerd, al kun je hiemee ook starten vóórdat een volledig plan gereed is. Mondriaan werkt in dit verband met AI-agents die bijvoorbeeld leermateriaal of leerwerkplannen genereren. Een praktische bevinding: agents functioneren het beste met afgebakende, enkelvoudige taken. Het inlezen van kwalificatiedossiers via een API werkt nog niet naar behoren. Een andere pilot betreft een voice-agent voor stagegesprekken; die staat inmiddels op GitHub en heeft potentie voor bredere uitrol.

Tijdens de sessie kwam oomk de positie van AI-coaches aan bod. Deze AI-coaches worden bij sommige scholen binnen Mondriaan gecombineerd met de rol van digicoach. Hoeveel tijd scholen daarvoor vrijmaken, loopt sterk uiteen: van een dag per week tot een paar uur, en soms helemaal niets. Het college van bestuur van Mondriaan steunt de ontwikkeling nadrukkelijk, en alle directieleden worden binnenkort ook getraind.


Lees het hele artikel


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in: