Geleerde lessen over digitale technologie en onderwijsinnovatie (zijn we er toch ingetuind)
Wat het wereldwijde web, de smartphone, de iPad, de Khan Academy en de massive open online courses niet lukte, zou (generatieve) AI wel lukken: het onderwijs revolutionair veranderen. Maar nee: weer niet. Deze blogpost is een reflectie op hoe dit kan.
Pedro de Bruyckere schrijft dat Salman Khan zo’n drie jaar na de lancering van de AI-tutor Khanmigo behoorlijk ontnuchterd is. Destijds was Khanmigo nog een Amazing AI Super Tutor for Students and Teachers. AI maakte volgens Khan één-op-één begeleiding op grote schaal mogelijk, wat heel veel lerenden ten goede zal komen. Inmiddels is hij een stuk “sadder and wiser“, en realiseert hij zich volgens Pedro hoe belangrijk en complex het investeren in het pedagogisch-didactisch ontwerp van een AI-tutor is. Zoals Pedro schrijft: “pedagogiek en didactiek nog steeds belangrijker (…) dan technologie”.
In dit kader is een recente blogpost van emeritus-hoogleraar Larry Cuban relevant: wat ed-tech-ontwerpers en ed tech evangelisten structureel onderschatten, schrijft Cuban, is de hardnekkigheid van schoolorganisaties en de innerlijke tegenstrijdigheid in de waarden van de ed-tech-sector zelf. Cuban formuleert vier lessen die hij in decennia opdeed op het gebied van digitale technologie en onderwijsveranderingen.
Zijn eerste les is dat docenten onvervangbaar zijn, omdat onderwijs een relatiegebonden professie is — net als geneeskunde of psychotherapie. Geen software, app of digitale leeromgeving kan de vertrouwensrelatie tussen docent en lerende overnemen. Cuban wijst er ook op dat docenten de facto beleid maken zodra ze hun klaslokaal binnenlopen: zij beslissen welke delen van topdown-beleid worden uitgevoerd en welke tools ze al dan niet inzetten. Ed-tech-ontwerpers moeten volgens hem begrijpen hoe het is om dagelijks urenlang les te geven, en moeten weten dat docenten zelf bepalen wat er in de klas gebeurt.
De tweede les: toegang tot digitale middelen is iets anders dan het gebruik ervan in de dagelijkse lespraktijk. De meeste docenten gebruiken digitale tools in hun dagelijkse praktijk, maar zelfs wie digitale technologie uitgebreid heeft geïntegreerd, laat zien dat er zowel iets verandert als iets gelijk blijft in de manier van onderwijs geven. Cuban beschrijft een onderzoek waarbij hij 41 docenten in Silicon Valley bezocht; docenten met een reputatie op het gebied van technologie-integratie. Ze gebruikten digitale tools inderdaad vloeiend, maar de lessen zelf veranderden nauwelijks in structuur. Docenten stelden leerdoelen, varieerden werkvormen en beoordeelden begrip. Precies zoals vorige generaties dat deden. Toegang tot digitale technologie leidt dus niet automatisch tot een andere didactiek. Dit sluit aan bij de opmerkingen die Pedro maakt over pedagogiek en didactiek.
De derde les is dat ontwerpers en ondernemers de veranderkracht van hun product overschatten, terwijl zij ook de kracht van schoolorganisaties om dingen bij het oude te laten, onderschatten. Cuban wijst op het leerstofjaarklassensysteem als schoolvoorbeeld. Die organisatievorm -waarbij lerenden op grond van leeftijd in jaarklassen worden ingedeeld, een curriculum in wekelijkse blokken doorlopen en na afronding van elke fase worden bevorderd- stamt uit het midden van de negentiende eeuw. Het werd indertijd bedacht om massaonderwijs efficiënt te organiseren als alternatief voor onderwijs waarbij een grote groep lerenden van diverse leeftijden bij elkaar in een klas zat. Sindsdien is dit model vrijwel overal de norm gebleven. Cuban haalt als voorbeeld Design Tech High School aan, gevestigd op de Oracle-campus in de San Francisco Bay Area: ook die school werkt met jaarklassen.
Technologie wordt volgens hem dan ook ingezet binnen een organisatiestructuur die al bijna twee eeuwen oud is en die bepaalt hoe docenten lesgeven en hoe lerenden leren. Wie verwacht dat nieuwe technologie die structuur vanzelf doorbreekt, miskent hoe taai organisaties zijn. Het leerstofjaarklassensysteem heeft generaties aan onderwijshervormingen doorstaan; niet omdat het perfect is, maar omdat het functioneel is en diep verankerd in gewoonten, regelgeving en verwachtingen van ouders, lerenden en docenten.
De vierde les gaat over wat Cuban een trilemma noemt: een intern spanningsveld dat ed-tech-ontwerpers en -ondernemers zichzelf opleggen. Drie waarden staan centraal in hun werk: winst maken (een product bouwen dat scholen aanschaffen), docenten en lerenden helpen effectiever te werken, en onderwijsproblemen oplossen met technologie. Deze drie waarden conflicteren met elkaar:
- De wens om winstgevend te zijn kan botsen met de wens om docenten echt te ondersteunen.
- De aanname dat technologie onderwijsproblemen oplost, kan leiden tot producten die de complexiteit van de lespraktijk negeren.
Cuban is niet per se kritisch op elk van deze waarden afzonderlijk, maar stelt dat wie ze tegelijk nastreeft zonder de organisatierealiteit van scholen te kennen, structureel tekortschiet. Onderwijs is daarvoor te complex.
Mijn opmerkingen
Wat me aanspreekt in dit artikel is de toon van Larry Cuban: nuchter, goed onderbouwd en zonder de overdrijvingen die in veel Amerikaans ed-tech-discours gangbaar zijn. Hij noemt zichzelf een “tempered idealist“. Dat is precies wat zijn analyse onderscheidt van de overenthousiaste pleidooien voor digitale technologie als onderwijsredder die je veel vaker tegenkomt in zijn thuisland. Die terughoudendheid is verfrissend, vooral; ook wanneer de claims over AI in het onderwijs momenteel hoog oplopen.
Ik ben al jaren terughoudend als het gaat om voorspellingen over de invloed van digitale technologie op het onderwijs. In presentaties over trends op dit gebied waarschuw ik altijd voor overspannen verwachtingen dat een bepaalde digitale technologie “will revolutionize education“. In mijn blogpost “Weer geen ‘revolutie’ in het onderwijs dankzij ICT” liet ik al zien hoe telkens weer een nieuwe technologie -van MOOCs tot de iPad- werd aangekondigd als breekpunt, om vervolgens te worden opgenomen in de bestaande onderwijspraktijk zonder die fundamenteel te wijzigen. Veranderingen en trends -of moet ik anno 2026 zeggen: convergenties– worden door meerdere factoren beïnvloed, zoals maatschappelijke veranderingen, wet- en regelgeving en technologische innovaties. Nooit door digitale technologie alleen.
Tegelijk stel ik in “Zal AI het onderwijs niet fundamenteel veranderen?” dat AI een andere positie inneemt dan eerdere technologieën: het is een systeemtechnologie die direct toegankelijk is voor docenten en lerenden, alomtegenwoordig is in vrijwel alle sectoren, en meerdere maatschappelijke ontwikkelingen tegelijk versterkt; van automatisering tot individualisering. Dat maakt AI anders van aard dan een digitale leeromgevingsysteem of een interactief whiteboard. In “Dwingt het AI-tijdperk ons om het onderwijs opnieuw uit te vinden?” concludeer ik dan ook dat AI grote invloed zal hebben op het onderwijs. Niet als vanzelf, maar als één van de drijvende krachten achter veranderingen. Of AI zal leiden tot ingrijpende veranderingen hangt volgens mij ook sterk af van de vraag of organisaties bereid zijn te investeren in strategie, leiderschap en cultuurverandering. Technologie verandert het onderwijs niet; mensen doen dat, met technologie als ‘enabler’, facilitator en katalysator.
Daarbij moeten we ook rekening houden met factoren die juist eraan bijdragen dat het onderwijs relatief resistent is tegen de invloed van digitale technologie:
- Onderwijsinstellingen worden grotendeels publiek gefinancierd en staan daardoor nauwelijks bloot aan concurrentiedruk om snel te vernieuwen.
- Het onderwijs is een grote sector met veel betrokkenen en lange doorlooptijden, wat structurele verandering vertraagt.
- De R&D-capaciteit van onderwijsinstellingen is beperkt.
- Docenten hebben weinig tijd en ondersteuning om nieuwe technologie op te pakken, mede doordat zij veel lesuren maken. Na dertig jaar digitalisering zijn digitale competenties onder mbo-docenten bijvoorbeeld nog steeds niet vanzelfsprekend.
Deze factoren hangen m.i. samen met de eerste drie geleerde lessen van Larry Cuban.
Wat mij tenslotte ook opvalt, is dat menig ed-tech adept zo weinig leert van de beperkte innovatiekracht van nieuwe digitale technologieën op zich. Keer op keer trapt men in de val van overspannen verwachtingen. Vrij naar Herman Kuiphof kunnen zij ook nu weer zeggen: zijn we er toch ingetuind.
Lees het hele
artikel