Deze convergenties gaan volgens Amy Webb ons leven drastisch beïnvloeden
Drie grote technologische convergentiekrachten zullen in de komende jaren de samenleving fundamenteel van vorm veranderen, en wie zich daar niet op voorbereidt loopt het risico door die veranderingen te worden meegesleurd. Dat betoogt futurist Amy Webb in haar recente SXSW-presentatie waarin zij deze krachten beschrijft als weersystemen; als stormen die macht herverdelen, nieuwe realiteiten scheppen en nauwelijks meer terug te draaien zijn.
Tijdens het jaarlijkse SXSW-festival in Austin is Amy Webb elk jaar van de partij met een presentatie van opkomende technologie trends. Dit jaar breekt Webb met die traditie. Zij presenteerde geen trends -al doet de titel van onderstaande video anders vermoeden- maar ‘convergenties’. Webb introduceert het begrip convergentie aan de hand van een meteorologische metafoor. Een convergentie is niet één enkele ontwikkeling, maar het resultaat van meerdere trends, krachten en onzekerheden die met elkaar in wisselwerking treden en samen iets nieuws produceren dat groter is dan de som der delen. Een convergentie vergelijkt zij met een ‘storm’. Het directe resultaat van zo’n convergentie noemt Webb een “net new reality“: een fundamenteel nieuwe realiteit die plotseling ontstaat. Wat eerst onvoorstelbaar leek, wordt daarbij vrijwel van de ene op de andere dag de onvermijdelijke norm. Die realiteiten veranderen fundamenteel wie er wint en waar macht en waarde in een samenleving of industrie komen te liggen. En omdat meerdere systemen elkaar tegelijkertijd gaan versterken, zet zo’n nieuwe realiteit zich razendsnel vast. Het belangrijkste verschil met een gewone trend is, aldus Webb, dat je op een trend nog kunt reageren. Bij een net new reality moet je jezelf al gepositioneerd hebben vóórdat de omslag zichtbaar wordt.
De eerste storm, die zij beschrijft, is menselijke versterking (human augmentation): het gebruik van technologie en biologie om fysieke en cognitieve capaciteiten te verbeteren tot voorbij onze biologische grenzen. De ontwikkelingen spelen zich af op meerdere niveaus tegelijk. Voor het lichaam bestaan er exoskeletten waarmee mensen urenlang kunnen werken zonder vermoeidheid. Voor het brein worden brein-computerinterfaces ontwikkeld die mensen in staat stellen apparaten te bedienen met hun gedachten. Interne systemen veranderen dankzij AI-toepassingen in medische apparatuur en genetische bewerking via CRISPR. En aan de zintuigen kunnen slimme brillen worden toegevoegd die real-time informatie -zoals vertalingen of omgevingsdata- direct in het blikveld zichtbaar maken.
Volgens Webb is de kern van deze ‘storm’ dat het menselijk lichaam een platform wordt en het brein een controller-eenheid voor technologische systemen. De maatschappelijke impact schuilt echter niet zozeer in de technologie zelf, maar in de ongelijkheid die erdoor kan ontstaan. Mensen die deze technologieën kunnen aanschaffen, zullen objectief efficiënter en productiever zijn dan zij die dat niet kunnen. Wie niet meedoet -door gebrek aan middelen, toegang of bewuste keuze- raakt structureel achter.
De tweede ‘storm’ betreft onbeperkte arbeid (unlimited labor): het gebruik van geautomatiseerde systemen om werk op grote schaal te produceren zonder menselijke tussenkomst, waardoor beperkingen als vermoeidheid, aandachtsverlies en tijdgebrek volledig wegvallen. Webb onderscheidt drie aandrijvers van deze convergentie:
- Agentische AI-systemen die onvermoeibaar software schrijven of als digitale presentatoren functioneren.
- Autonome robots die dankzij AI inzetbaar zijn op straat, in de lucht en in magazijnen.
- Lights out industrialism: fabrieken die van de grond af aan zijn ontworpen om 24 uur per dag en volledig zonder menselijke aanwezigheid te draaien.
Webb wijst erop dat menselijke arbeid eeuwenlang de voornaamste motor van economische groei was. De tweede ‘storm’ doorbreekt die logica: schaalbaarheid en productie zijn voortaan mogelijk zonder lonen of mensen. Dat stelt niet alleen individuele werkenden voor problemen, maar raakt de grondslagen van het huidige economische model. Politieke en maatschappelijke instabiliteit zijn, zo stelt Webb, reële gevolgen als er geen antwoord op wordt geformuleerd.
De derde ‘storm’, emotionele outsourcing (emotional outsourcing), gaat over de verschuiving van troost, validatie en gezelschap van mensen naar machines. Webb signaleert dat een groeiend deel van de bevolking zich eenzaam voelt en die behoefte steeds vaker vervult via AI. Dat uit zich in AI-vriendschappen, romantische relaties met AI-systemen, AI als therapeut of zelfs AI voor religieuze ondersteuning. Bedrijven spelen hier strategisch op in door AI-modellen zo te ontwerpen dat ze complimenten geven en emotionele binding versterken, met als doel gebruikers afhankelijk te maken van het platform.
De kern van deze derde ‘storm’ is, aldus Webb, dat eenzaamheid een markt is geworden en emotionele afhankelijkheid het product. Wie de eigen emotionele stabiliteit uitbesteedt aan commerciële platforms, maakt het persoonlijk welzijn afhankelijk van de bedrijfsbeslissingen van die platforms. Op langere termijn dreigt een vermindering van het eigen vermogen van mensen tot emotieregulatie. Webb spreekt in dat verband van aangeleerde hulpeloosheid op mondiale schaal.
Webb benadrukt dat we niet machteloos hoeven toe te kijken en onderscheidt in handelingsperspectief op drie niveaus. Op maatschappelijk en economisch niveau stelt ze een zogeheten contribution credit voor: een systeem waarbij bedrijven die profiteren van automatisering en AI een percentage van hun inkomsten afdragen aan de mensen die het menselijk kapitaal, het intellectueel eigendom of het onzichtbare werk, zoals zorg, mentorschap en gemeenschapsopbouw, leveren waarop die systemen uiteindelijk gebaseerd zijn. Dit is geen belasting, maar een mechanisme dat bedrijven dwingt om winst te delen zodra automatisering meetbare groei oplevert.
Voor leidinggevenden en organisaties bepleit Webb een verschuiving van kortetermijndenken naar daadwerkelijke langetermijnstrategie. Wie zich alleen voorbereidt op onzekerheid, gaat volgens haar ten onder aan chaos; wie zich voorbereidt op chaos en de lange termijn in ogenschouw neemt, heeft een reële kans om te overleven. Op individueel niveau roept Webb op tot wat zij creatieve destructie op jezelf noemt: onderzoeken welke gewoontes al achterhaald zijn en welke nieuwe vaardigheden je tot nu toe hebt vermeden. De veerkrachtige en moeilijk vervangbare versie van jezelf in de toekomst, zo stelt Webb, wordt gebouwd door de keuzes die je vandaag maakt.
Mijn opmerkingen
Wow. Ik heb ademloos naar de meer dan een uur durende presentatie gekeken. Amy Webb schetst drie belangrijke patronen waarin tal van factoren samen komen. Ik heb zelf eerder beschreven dat trends niet veroorzaakt worden door één factor, zoals technologie, maar door een samenhangend geheel van factoren. Op zich sluit dit aan op de benadering van Webb. Zij schetst echter een veel fundamenteler beeld, inclusief de impact op onze samenleving.
Zij geeft heel veel voorbeelden, waarvan je kunt stellen dat het deels om niche-technologieën gaat waarvan het de vraag is dat zij breed geadopteerd zullen worden. Dat Webb het ook bij het verkeerde eind kan hebben, bewijst het onderscheid tussen linker en rechterhelft werk dat zij maakt. Dat onderscheid is een mythe. Het gaat echter om de patronen, om de convergenties, die zij beschrijft. Daar zijn toch al veel voortekenen van zichtbaar.
Haar bijdrage roept bij mij ook tegenstrijdige emoties op. De convergenties en de illustraties zijn angstaanjagend, indrukwekkend, beklemmend, hoopgevend, transformatief, bizar, kansrijk, bedreigend. En dat allemaal tegelijkertijd.
Ook is sprake van een hoog gehalte van ‘technologisch solutionisme’, zoals Evgeny Morozov. Ik heb die kritiek eerder geuit op bijdragen van Webb en haar Future Today Institute (ook al schetst zij vooral wat gebeurt). Voor elk probleem is er een technologische oplossing. Zelfs voor een tekort aan Japanse monniken. Of wat te denken van het oplossen van het ernstige bijentekort door bijenrobots? Verder vraag ik me ook af: accepteren mensen al die technologieën die zorgen voor deze convergenties? Bizar is bijvoorbeeld dat technologie niet alleen wordt gebruikt om mensen met een beperking te ondersteunen, maar ook om gezonde mensen nog krachtiger te maken. je wordt een ‘Übermensch’, dankzij technologie. Als je je dat kunt veroorloven. Pikken we dat? Volgens Amy Webb gebruiken heel veel Amerikanen in elk geval al large language modellen al als therapeut.
Ik zie hier ook een relatie met het onderwijs. Kinderen van rijke ouders die dankzij technologische hulpmiddelen hun leerprestaties kunnen verbeteren. Daarbij valt de huidige bijles in het niet. Of hoe kijken we aan tegen een AI-tutor die lerenden niet alleen ondersteunt bij de cognitieve ontwikkeling, maar ook sociaal-emotioneel kan ondersteunen?
De tweede storm raakt het onderwijs indirect maar merkbaar. Als grote delen van de arbeidsmarkt wegvallen of ingrijpend veranderen, heeft dat gevolgen voor de opleidingen die erop voorbereiden. Welke vaardigheden blijven relevant als lights out industrialism verder doordringt?
We moeten in elk geval wat met deze convergenties.
Ook informatief:SXSW 2026 KEY INSIGHTS
Lees het hele
artikel