Sommige infographics zijn meteen duidelijk. Je ziet een stappenplan, een vergelijking of een proces. Bij andere voorbeelden moet je langer zoeken: hoort dit onderdeel bij dat andere onderdeel? Waar begint de leesrichting? Wat is nu eigenlijk de kern? Een goede infographic begint duidelijk met de vraag: wat wil ik zichtbaar maken?
Tips om een infographic te maken die werkt
Ons half uur heeft handige tips opgeleverd. Ik neem je kort mee:
1. Rust en leesbaarheid
Een goede infographic is rustig en overzichtelijk. Gebruik niet te veel kleuren: twee of drie basiskleuren werken vaak beter dan veel verschillende kleuren.
Dit zie je bijvoorbeeld bij de COVID-infographic: er worden duidelijke basiskleuren gebruikt die steeds terugkomen. Daardoor blijft het geheel rustig, ondanks dat er veel informatie in staat.
Maak het beeld niet te druk. Gebruik weinig tekst en kies alleen tekst die echt nodig is. Te veel kleine tekst maakt de infographic minder prettig om naar te kijken.
De infographic over Nederland Fietsland laat mooi zien waar de grens zit: er is veel te bekijken en dat maakt het aantrekkelijk, maar je moet ook goed zoeken naar de afzonderlijke onderdelen. Dat is een goede illustratie van de balans tussen rijk en druk.
2. Structuur en samenhang
Werk met eenvoudige vormen, zoals ronde vormen, afgeronde vakjes, stappen, lijnen of een driehoek. Zorg dat de samenhang tussen de onderdelen meteen zichtbaar is.
Bij de infographic van The Insectory zie je dit duidelijk: de zes stappen zijn in ronde vormen gezet en genummerd. Daardoor snap je meteen dat het om een proces gaat.
Denk goed na over de compositie: plaats onderdelen logisch in het beeld. Werk bijvoorbeeld van links naar rechts, van boven naar beneden, of vanuit een centrale kern naar losse onderdelen.
Het IKEA-achtige voorbeeld “Verstöppertje” is hier een mooi voorbeeld van. Door de nummers en losse beeldstappen weet je direct in welke volgorde je moet kijken.
3. Kern en inrichting
Geef de infographic een duidelijke titel of doel. Een titel als vraag kan goed werken, omdat die uitnodigt om verder te kijken.
“Wat doet The Insectory?” werkt goed als titel, omdat het meteen een vraag oproept. Je weet als kijker: deze infographic gaat mij uitleggen wat er gebeurt.
Zorg dat de kern snel duidelijk is. De kijker moet meteen zien of het bijvoorbeeld gaat om een stappenplan, samenvatting, proces of vergelijking.
Bij de fixed mindset/growth mindset-tekeningen zie je meteen dat het om een vergelijking gaat. Twee beelden naast elkaar maken de tegenstelling direct zichtbaar.
Begin eventueel met een korte intro. Dat helpt de kijker om te begrijpen waar hij naar kijkt.
Bij de infographic over groepsdruk op ‘mannelijk’ gedrag zie je dat de grote titel en de korte toelichting onder de titel meteen context geven. Daardoor weet je hoe je de cijfers moet lezen.
4. Beeld en stijl
Gebruik bij beelden of iconen soms korte labels. Een tekening is niet altijd vanzelf duidelijk, zeker bij details.
De COVID-infographic gebruikt iconen met korte labels, zoals bij diabetes, hart- en vaatziekten en COPD. Daardoor hoef je niet te raden wat een icoon betekent.
Let op de stijl. Een te kinderlijke stijl kan minder professioneel overkomen, afhankelijk van je doelgroep.
De fixed mindset/growth mindset-tekeningen zijn heel toegankelijk en herkenbaar, maar ook duidelijk kinderlijk van stijl. Dat kan prima werken in een onderwijscontext, maar minder goed bij een professionele doelgroep.