Bloggers

Een overzicht van blogs geschreven door aanbieders die zich hebben aangesloten bij e-Learning.nl.


Van Wilfred Rubens (redactie) | 31-03-2026 | Article Rating | (0) reacties

Schotse richtlijnen en kaders voor het gebruik van AI binnen het onderwijs

Via Remco Pijpers ben ik terecht gekomen op een gezamenlijke leidraad van de Schotse overheid en de onderwijsvakbond EIS over het gebruik van AI in scholen: Scottish Guidelines and Guardrails for the use of Artificial Intelligence (AI) in Schools. In dit document staan vijf kernprincipes (richtlijnen) centraal die bij elke beslissing over het inzetten van AI in het onderwijs moeten gelden. Zoals Remco schrijft, staat voorop: “ethiek boven alles”. Toch vraag ik me af: wat betekent dit in de praktijk?

Scottish Guidelines and Guardrails for the use of Artificial Intelligence (AI) in SchoolsDe aanleiding voor dit document ligt in een gezamenlijke toezegging die gedaan werd tijdens de International Summit on the Teaching Profession in Reykjavik in maart 2025. Sindsdien werkten de Schotse overheid, vakbonden, gemeenten en onderwijsinstellingen samen aan deze overigens niet-bindende leidraad. Als startpunt gebruikten zij de OESO-publicatie over kansen, richtlijnen en veiligheidskaders voor een effectief en rechtvaardig gebruik van AI in het onderwijs. De leidraad geeft geen aanbevelingen over specifieke AI-tools of toepassingen, maar formuleert wel de voorwaarden waaraan elk gebruik moet voldoen.

Het eerste beginsel gaat over veiligheid en privacy. Volgens het rapport moeten docenten, lerenden en schoolleiders begrijpen hoe AI werkt, welke risico’s AI met zich meebrengt en welke beperkingen het kent. Docenten kunnen zelf bepalen of, wanneer en hoe zij AI inzetten in hun lespraktijk, maar altijd binnen het kader dat de lokale autoriteit daarvoor heeft vastgesteld. Lokale autoriteiten zijn in Schotland de zgn. data controllers: zij dragen de juridische verantwoordelijkheid voor hoe persoonsgegevens worden verzameld, gebruikt en gedeeld. Het rapport bevat dan ook een uitgebreide sectie over gegevensbescherming, inclusief verplichte Data Protection Impact Assessments voordat een AI-tool in gebruik wordt genomen.

Het tweede beginsel draait om gelijkheid en rechtvaardigheid. Het rapport erkent dat toegang tot digitale leermiddelen ongelijk verdeeld is, als gevolg van sociaaleconomische achtergrond, geografische ligging of beschikbaarheid van apparaten. Daar komt bij dat AI-systemen algoritmische vooroordelen kunnen bevatten die bepaalde groepen lerenden anders behandelen. Scholen worden aangespoord om actief te controleren of AI-gebruik gelijkwaardige uitkomsten oplevert voor alle lerenden, inclusief degenen in Gaelic Medium Education (het Schotse Gaelisch-talige onderwijs).

Het derde beginsel koppelt AI aan de doelen van het curriculum. Lerenden hebben er recht op om te leren over, met en door middel van AI, als onderdeel van hun voorbereiding op de arbeidsmarkt en de samenleving. Tegelijkertijd waarschuwt het rapport voor overmatige digitalisering: scholen moeten een evenwicht bewaren tussen digitale en niet-digitale leervormen. De menselijke, relationele dimensie van onderwijs blijft voorop staan.

Het vierde beginsel benadrukt menselijke verbinding en inclusiviteit. AI mag geen beslissingen nemen namens docenten of scholen. Het mag de interactie tussen lerenden onderling niet vervangen, en mag de betrokkenheid van de docent niet reduceren. Wanneer AI wordt ingezet voor het volgen van vorderingen of voor toetsing, is toezicht door de docent vereist en moet het onderdeel zijn van een breder, holistisch beoordelingsproces.

Het vijfde beginsel richt zich op de positie van docenten. Het rapport is hier opvallend duidelijk: AI-toepassingen mogen niet worden gebruikt om de prestaties van docenten te monitoren of te analyseren. Docenten moeten worden ondersteund met toegang tot hoogwaardige professionele ontwikkeling, zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken over het al dan niet inzetten van AI. Tegelijkertijd erkent het rapport dat docenten altijd het recht houden om AI niet te gebruiken — mits zij zich bewust zijn van de toenemende aanwezigheid ervan in onderwijs en samenleving.

Het rapport bevat ook een lijst met veelgestelde vragen en antwoorden over AI en onderwijs. Verder vind je in de Scottish Guidelines and Guardrails een checklist met vragen die onderwijsinstellingen kunnen gebruiken bij het beoordelen van een specifiek AI-gebruik, zowel voor taken van lerenden als taken van docenten, en voor administratieve doeleinden. Bij elke vraag geldt: als het antwoord ‘nee’ of ‘weet niet’ is, mag de tool niet worden ingezet. De vragen hebben betrekking op zaken als leeftijdsgeschiktheid, privacybescherming, goedkeuring door de lokale autoriteit en de mogelijkheid tot toezicht en validatie van AI-gegenereerde uitvoer. Ook interessant: voorbeelden van mogelijk aanvaardbaar en onaanvaardbaar gebruik van AI in een onderwijsomgeving. Weer vanuit het perspectief van de lerende als de docent. Lerenden zouden het leren bijvoorbeeld niet moeten omzeilen. Docenten zouden AI-gegenereerde feedback niet zonder personalisatie en controle mogen gebruiken.

Het rapport bevat verder onder meer een begrippenlijst en een sectie over ethische principes.

Mijn opmerkingen

Dit rapport is het enige nationale beleidsdocument over AI in het onderwijs, dat ik ken, waarbij een onderwijsvakbond volwaardig mede-auteur is. De sterk ethische benadering is ook opvallend, en sluit m.i. goed aan bij de Nederlandse situatie. Tegelijkertijd valt de nadruk op het niet-bindende karakter van de leidraad op. We willen schijnbaar richtlijnen, maar wel zelf kunnen bepalen of we ons er aan houden.  Het risico van die benadering is dat de uitvoering sterk afhankelijk is van de onderwijsinstelling of zelfs van de individuele gebruiker als de onderwijsinstelling ook niet verder wil gaan dan een niet-bindende leidraad.

Verder valt me op dat voorbeelden van mogelijk aanvaardbaar en onaanvaardbaar gebruik van AI ‘contextloos’ zijn geformuleerd. Bijvoorbeeld: het is volgens één van de voorbeelden acceptabel om gegevens over beoordelingen te verwerken om leerachterstanden, trends of patronen in de voortgang van lerenden te identificeren. Dit is echter alleen acceptabel is data niet te herleiden zijn tot individuen of als je een applicatie gebruikt waarbij data in de EU worden bewaard, waarvoor een verwerkersovereenkomst is afgesloten, enzovoorts.

Daar komt bij dat de checklist ook vragen bevat waarop gebruikers het antwoord schuldig moeten blijven. Zoals: zal de output van de AI een effectief middel zijn voor kinderen en jongeren om hun kennis, vaardigheden of begrip te tonen? Lastig om hier ‘ja’ of ‘nee’ op te zeggen.

Wat ik tenslotte mis in het rapport, is aandacht voor AI-functionaliteiten die ‘ingebakken zitten’ in leertechnologieën die de onderwijsinstelling al gebruikt (zoals een LMS). Deels gelden daar dezelfde regels voor. Als de functionaliteiten gewogen worden en door de mand vallen, dan kun je de functionaliteit -als het goed is- ook deactiveren. Je zult echter expliciet stil mieten staan bij de vraag of je een AI-functionaliteit wilt activeren of niet.

Mijn bronnen over (generatieve) artificiële intelligentie

Deze pagina bevat al mijn bijdragen over (generatieve) artificiële intelligentie.


Lees het hele artikel


Hoe waardeert u deze bijdrage?




Reacties

Plaats hieronder uw reactie.

Naam (verplicht)

E-mail (verplicht)

CAPTCHA Afbeelding
Voer de hierboven staande code in: